SY-Freedom-naar-Noorwegen.reismee.nl

13 oktober - Delft --- Tot besluit

Wat een mooie reis, met supermooie bestemmingen. De toppers? Ach, dat waren er zoveel…… Al die verschillende landen, de vele wadden-, rots- en scheren-eilanden, diepe en ondiepe wateren, de prachtige havengezichten en dorpjes en stadjes. De luchten erboven, van opkomende- en ondergaande zon. De prachtige wandel-en fietstochten, na het bruisende watergeweld achter je anker genieten van de stilte van een natuurlijke baai. Het zó op eigen kiel vrij reizen, de reis zelf, niet het doel; dat je dat met z’n tweeën klaart; in het kleine schuilt het grootste genot.
Als je zo lang onderweg bent onstaat er een way-of-life aan boord, met een steeds betere verhouding tussen varen - rust  -  aan de wal dingen zien en doen. Vooral die rust is belangrijk, want het varen op zich is best inspannend en ook de voorbereiding van elke route vraagt de nodige tijd en aandacht.  Minimaal twee nachten op één plek blijven vinden we wel een voorwaarde; soms is het wel handig om een paar dagen door te varen, laat het dan korte dagen zijn; lange dagen achter elkaar varen vragen om daarna meerdere dagen rust te nemen; dat hebben we lang niet altijd gedaan.  Langzamerhand ontdekken we het ritme dat bij ons past.


Veel laat zich ook met enige verbeelding samenvatten in statistieken:

  • 106 dagen onderweg geweest, waarvan 64 vaardagen
  • 42 dagen niet gevaren; waarvan 10 dagen verwaaid, 3 dagen vanwege reparatie en 7 dagen autotrip (eigenlijk ook verwaaidagen); de overige waren excursie- en ‘rust’dagen.
  • Op 64 plekken overnacht, waarvan 22 (kleine) eilandhavens, 8 dagen geankerd en 3 aan moorings en 4 x in natuurhaven/remmingwerk gelegen
  • Slechts twee havens twee keer bezocht: Helgoland en Amsterdam
  • Havengelden totaal € 1314,-. De duurste  € 29 (Laesø ; een groot verschil met vorig jaar: Plymouth €68), de goedkoopste  €12  (Nordby  en Tønningen)
  • 1703 nM afgelegd, dat is gemiddeld 27 nM per vaardag; in 345 vaaruren (gem. snelheid 4,9 kts/uur), waarvan 145 uur zeilend en 200 motorsailend of op de motor. Tussen de scheren van Noorwegen en Zweden weinig gezeild, op de langere (zee) trajecten juist veel gezeild.
  • 10 x diesel getankt; 293 ltr verbruikt, gemiddeld 1,5 ltr per motor uur (3 ltr/nM).
  • 17 x H2O getankt; 80 x met elektra, 26 x zonder elektra overnacht
  • Vroegste vertrektijd 04.30 uur (van Rømø en Faenø), laatste aankomsttijd 22.00 uur (Scheveningen-Amsterdam);  de langste tocht, tevens enige keer ’s-nachts: Thyboron-Mandal 15 uur; de kortste 1 uur, diverse keren gedaan naar een ankerplekje
  • 40 dagen zon, 23 x zon/bewolkt, 16 bewolkt, 24 x met regen en 3 dagen (Harlingen, Bergen en Hardangerford) de hele dag bakken! met regen
  • Barometer 88 x >1000 Hp en 18 x < 1000 Hp
  • 45 dagen met windkracht  5 of meer, waarvan 21 niet gevaren (incl. de 10 echte verwaaidagen);
  • Gevaren met max. 24 knopen wind en vlagen tot 40 knopen, min 2-3 knopen wind, gemiddeld 10 – 15 knopen
  • Het logboek vermeldt 11 x een mankement  (oa. uitgeputte accu’s, defecte ProFurl en lekke boiler) en 9 reparaties. We hebben 1 x een kleine schade (fender/scepter) en hebben 1 x met zwaard iets geraakt, nota bene in de Ringvaart
  • Verder zagen we 6 x water in de bilge (en 2 x bier…), hadden we 5 x een alarmmelding op de I70, 8 x een storing,  2x een reset van de kaartplotter
  • We wisselden  slechts 2 x van voorzeil (we voeren het meest met de high aspect 110%), we maakten de boot 4 x grondig schoon en kwamen op 13 verbeterideeën om komende winter uit te voeren.

We fantaseren al weer over een volgende reis!

17-29 september Vlieland - Burghsluis

Het prachtige zomerweer  houdt maar niet op en wij hebben geen haast om thuis te komen! Op en rond het IJsselmeer maken we een aantal gezellige afspraakjes met vrienden en familie. En tenslotte kiezen we in verband met het voorspelde weer voor de staande mast route via Haarlem in plaats van over zee.

Het begint met een èchte waddentocht. In rechte lijn vanuit Vlieland, over de plaat  en over het wantij in het Zuidoost-rak naar de Lorentzsluizen in Kornwerderzand. Toch altijd spannend, over heel ondiep water varen. We rekenen uit dat het zwaard tot ca 120 cm diepgang opgetrokken voldoende moet zijn en dat is ook zo. We vertrekken 2 uur voor HW, om 7 uur en komen ook vroeg (11.30 uur) aan in Makkum. Doen  in de marina een paar boodschapjes en zoeken daarna een ankerplekje,  voor de Makkummer Noordwaard.

Daar komen Dick en Johanna met de Nehelennia de volgende morgen langszij liggen, om die dag verder samen zeilend en bijpratend over beider zeilreizen door te brengen. Erg leuk! We varen samen op naar Hindelopen. Wat is het drúk op het IJsselmeer: één groot veld van witte zeilen. Dat zijn we niet meer gewend, geef ons maar de ruimte van de zee! In Hindelopen eten we in de oude havenkom een visje en een lekker soepje van Johanna. De havenmeester vraagt om onze boten te verleggen, omdat er een hele vloot platbodems  binnen komt , die aan de kade moet liggen, waar wij liggen; de haven is ineens bomvol, maar gelukkig is er voor ons nog net een plaatsje naast de reddingboot, want we zijn nog niet uitgepraat. We zien de reddingboot zelfs uitvaren om een schip dat op het Vrouwenzand is vastgelopen, vlot te trekken. Na de thee vaart de Nehelennia terug naar Makkum en wij door naar Stavoren. Prachtige avond aan een oude steiger in de buitenhaven.

De volgende dag met weinig wind en mooi en warm weer naar Enkhuizen.  Enkhuizen is een handige plek voor opstappers. Fleur komt er met de trein naar toe: bijna zes maanden hebben we elkaar niet gezien, wat leuk dat ze twee dagen komt meevaren!  We laten Fleur, die al héél veel van de wereld heeft gezien, kennismaken met een klein stukje Zuiderzee historie: wandeling door Enkhuizen, ankeren in de voorhaven van Hoorn en dan nog Marken, het dorp en Sijtje Boes. Naar Hoorn varen we op de motor, er is geen wind, maar dat geeft niet: meer tijd voor bijpraten! Naar Marken is het een mooi zeiltochtje.

Onze volgende afspraak is in Lelystad.  Het zijn allemaal kleine afstanden die we nu varen, na een paar uur zeilen zijn we er al. We vragen aan de havenmeester een plek waar we vrij water kunnen gebruiken; we willen namelijk de zonnige middag gebruiken om al het zout van de boot te spoelen en een flinke sopbeurt te geven. ‘s- Avonds komen Jur en Renée bij ons aan boord mee eten. Dat is heel gezellig, ze hadden onze boot nog niet gezien en we zien elkaar sowieso niet zo vaak; dus dit is wel bijzonder.

Vrijdag maken we een bus- en treintripje naar Ruinen om Aad’s vader te bezoeken. Hij heeft ons al die maanden op MarineTraffic gevolgd en onze verhalen van a tot z gespeld. Maar het is natuurlijk fijn om elkaar weer life te zien.

Voor het poetsen van de boot waren we in een box terecht gekomen, maar daar is niks aan: allemaal masten om je heen, weinig mensen aan boord, een dooie boel; dus diezelfde (tweede) avond varen we nog de haven uit, om buiten in de voorhaven te ankeren. Het is er mooi weer voor en het spaart havengeld uit. Tot drie keer toe laten we het anker vallen. De eerste twee keer houdt het niet. Zachte slibbodem? De derde keer gelukkig wel, maar als er meer wind voor de nacht was voorspeld, waren we er nog niet helemaal gerust op geweest. Voor de zekerheid het ankeralarm maar aan. ‘s-Nachts gaat het af omdat de wind 180 graden draait, en het schip dus ook, zo’n 30 meter draaiend om haar ankerpunt, wat gelukkig hield.

Zaterdag komt Rolf met de trein naar Lelystad, we pikken hem op op de passantensteiger en varen op één extra slag na, rechtsreeks naar Amsterdam/Sixhaven. Weer een mooie zeildag!
--- Als we net helemaal goed liggen afgemeerd, belt Anke met het droevige nieuws dat m’n lieve nicht Ymkje die nacht onverwacht is overleden. Wat een verdriet. Wat zullen we haar missen als spil in de familie. Gelukkig zijn we dicht genoeg bij huis om volgende week haar afscheid mee te kunnen maken. ---
Voordat Rolf met Jan-Marne naar Ajax gaat, eten we nog samen in restaurant ‘De Pont’ en halverwege schuift Jan-Marne aan, niet om te eten, maar wel met enthousiaste en geestige verhalen over zijn werk als licht- en geluidsman, nu on tour met Jan(tje) Smit.

Zondagmiddag komt Roel even aan boord; bijpraten, een hapje en een drankje.  En daarmee sluiten we onze serie gezellige afspraakjes rond het IJsselmeer af.

Dan het laatste stuk van de reis. Gaan we over zee of wordt het ‘binnendoor’? De stroom staat niet op het juiste uur gunstig, de wind zou wel eens hard kunnen worden en in ieder geval uit  ZW, dus ongeveer tégen. Als we dan toch moeten motoren en/of in Scheveningen opgesloten verwaaid komen te liggen, kunnen we net zo goed binnendoor gaan. In de nacht door Amsterdam lokt niet erg (omdat we dan niet gewoon kunnen slapen) en de route door Haarlem hebben we nog nooit gevaren, dus we besluiten via Haarlem te gaan.

We hebben een oud gidsje uit 2009 van de Staande Mastroute, dus we checken de avond tevoren via internet alle brugopeningstijden en daar is inderdaad een en ander in veranderd.

Het eerste kritische punt is om 12 uur bij de brug/A9 in zijkanaal-C (van het Noordzeekanaal). Als we die opening niet halen kunnen we er pas ‘s-avonds passeren. We gaan zeer bijtijds op pad en dat is maar goed ook want nadat we de eerste brug in het zijkanaal door zijn, worden we door de brugwachter opgeroepen of we even goed door willen varen, omdat de A9- brug om half elf wil draaien. Onze check klopt dus niet!?  De sokken erin, brug gehaald.
Langs Spaarndam, wat er zeer schilderachtig bij ligt, door de sluis en door Haarlem - nog schilderachtiger!
10 bruggen en een mannetje op de fiets, dat ons vooruitgaat om de volgende brug te openen. Een echte Hollandse toer, wordt het: woonboten op het Spaarne, groene weilanden met koeien, molens en héél veel bruggen. Maar wat ons de hele reis tussen al die rotsen niet is overkomen, gebeurt hier wel. In de modderige Ringvaart, die 3,5 à 4 meter diep is, ligt iets hards dat ons zwaard (1,95m) raakt. We schavielen er overheen.  Of het zwaard hierdoor beschadigd is kunnen we nu uiteraard niet zien, het laat zich wel normaal op- en neerhalen.  We bellen de brugwachter van de Cruqius en de provincie/vaarwegbeheerder om een melding te maken dat er iets ligt wat er niet hoort (wij geven de positie door, zij vragen of we ook een kilometrage hebben, nee  niet gezien) en om te vragen waar we een eventuele schadeclaim kunnen doen.

Net als de vroege opening bij de A9, kunnen we nu ook op een eerder tijdstip door de spoorbrug /rijksweg bij Sassenheim en halen zelfs de Spoorbrug bij Gouda, weliswaar in het donker.  We blijven dan ook aan de andere kant bij de brug aan de wachtsteiger (waar je niet af kan naar de wal) overnachten.

Na Gouda komen we weer op getijden water, mooi die Hollandse IJssel.  Ook hier blijkt dat de gecheckte brugtijden niet kloppen. Een half uur wachten voor de Algerabrug bij Krimpen. En wie staat daar te zwaaien? Paul van het (inmiddels verkochte) sy Mont Blanc. Wat een toeval....Toeval bestaat niet, achteraf blijkt dat hij ons op MarineTraffic langs Ouderkerk a/d IJssel heeft zien varen en op de fiets sprong in de hoop ons even te zien. Gelukt dus.
De brug bij Alblasserdam spant wel de kroon!  We missen de opening net en dan horen we dat hij niet elk half uur en ook niet één uur later maar pas twee uur later bediend wordt. Er zijn geen wachtsteigers bij deze brug, het is ook geen optie om op dit grote stromend water twee uur lang rondjes te varen voor de brug, dus we varen maar een zijkanaaltje in dat naar een jachthaventje leidt en wachten daar. En als de brug dan om 14.15 niet opengaat en de brugwachter niet reageert op herhaalde  marifoonoproepen, moeten we de havendienst Dordrecht zelfs bellen om er door te komen.  De brugwachter geeft geen groen licht als de brug helemaal open staat maar we varen er maar door (ook dit gemeld aan Dordrecht). Gelukkig halen we de spoorbruggen in Dordrecht daarna wel. We varen nog door naar de Volkeraksluizen, kunnen op het Hollands Diep nog een half uurtje zeilen en ankeren vlak voor de sluis in het Noord Hellegat voor de nacht. Met het oog op de hardere wind die voorspeld wordt, wisselen we het voorzeil van genua naar de kleinere high aspect-fok.

Het venijn zit ‘m toch nog in de staart. De afgelopen dagen is het mooi weer gebleven met weinig wind, maar als het op zee hard uit ZW gaat waaien, dan waait het in Zeeland zelf ook flink uit ZW. Dat hebben we de laatste dag goed gemerkt! Ongeveer tot Stavenisse is het eerst motoren en later motorsailen met dan weer te hoog aan de wind van de ene kant  en dan weer te hoog van de andere kant. Daarna kunnen we zeilen. De Zeelandbrug heeft een storing waar we anderhalf uur op moeten wachten…. Maar omdat Aad nóg een keer oproept en vraagt of ze ons kunnen waarschuwen zodra de storing is opgelost, valt het wachten mee. Het gaat steeds harder waaien en zoals gebruikelijk waait het voor Burghsluis vaak een Beaufortje meer. Een pittig slot dus, maar met een rif in grootzeil èn voorzeil en op het laatst alleen grootzeil met de motor bij, komen we na drie en een halve maand weer veilig in onze thuishaven aan!

Na een heerlijk nachtje slapen in de vertrouwde haven, rest ons nog wat opruim- en schoonmaakwerk . Ook drinken we koffie bij havenmeester Hans, die ons uitgebreid vertelt over zijn vroegere werk als radio-operator op offshore schepen. Heel interessant.

Fleur komt ons met de auto ophalen; terwijl wij poetsen zit zij nog een uurtje te studeren. En na een lekker maaltje in het Oliegeultje (ons havenrestaurant), rijdt Fleur ons weer naar Delft.

--- Voor onze volgende en laatste blog maken we nog een korte terugblik op de hele reis en een greep uit de statistieken.

[ Vlieland – Makkum  22 nM, Makkum – Stavoren  13 nM, Stavoren – Enkhuizen  12 nM, Enkhuizen – Hoorn  12 nM, Hoorn – Marken 14 nM, Marken – Lelystad 15 nM, Lelystad – Amsterdam 23 nM, Amsterdam – Gouda  43 nM, Gouda – Noord Hellegat  34 nM,  Noord Hellegat – Burghsluis  31 nM ]

Het verhaal wat jullie nog tegoed hadden: 30 augustus – 8 september - van Kleine Belt naar Helgoland.

Deze week een paar mooie zeiltochten: ouderwets opkruisen als de wind niet helemaal uit de goede hoek komt, onze boot met helmstok voelt dan als een open zeilbootje!  Opkruisen kost wel wat meer tijd, maar nog niet eens anderhalf keer zoveel. Met een dagtocht van ca 25 nM kun je dat er best bij hebben.
In de loop van de week zien we mooiweer-voorspellingen voor de komende week met matige winden uit oostelijke richtingen. Dat maakt dat we een beetje haast krijgen, want we zouden wel via de Eider naar de Noordzee willen gaan en dat kan alleen met rustig weer en bvk oostenwind. En voor de bestemming Vlieland  zijn oostenwinden natuurlijk ook uitermate prettig. De kleine Belt is inderdaad klein, we zouden er in één dag door kunnen varen. Maar dat is ook weer niet de bedoeling, ook al zijn we op de terugweg, we willen ook wat zien van de Kleine Belt. Zo liggen we nog twee keer in een baai (aan een mooring), in twee leuke haventjes en varen we inderdaad de Eider af!


Van ‘t eiland Endelave naar Middelfart, de toegang tot de Kleine Belt. Mooi zonnig weer en een lekkere wind, 4 bft ZW. Alleen, naar Middelfart = ongeveer ZW. Met een viertal (of is het 8) flinke slagen bereiken we ons doel. We kiezen voor de oude haven, het is niet veel meer dan een havenkom. Er liggen een paar mooie historische zeilschepen, een paar vissers en een paar zeilers als wij. Nog net een plekje langs de kade voor ons. Naast de viswinkel met terras aan het water, vlak naast ons dus. Voor het gemak bestellen we - nog net voor sluitingstijd - een eenvoudige vishap. Uiteraard geen wifi in zo’n simpele haven, daarvoor naar het bioscoopcafé gegaan. (Waarvoor willen wij toch altijd wifi? 1e om goede weerberichten te kunnen zien, 2e  om contact te houden met het thuisfront, 3e soms om wat dingen van zakelijker aard te regelen.)
Het stadje blijkt erg gemoedelijk en mooi te zijn, veel oude vakwerkhuizen en huisjes. Een leuke, niet drukke winkelstraat en een nieuw havenfront(je) met dure jachthaven en een Kulturhus. Nog tot een uur of drie gebleven en daarna naar de ankerplaats bij Faenøsund, aan de andere kant van de landtong waar Middelfart op ligt. Een makkelijke plek met moorings, weliswaar alleen voor ‘medlemmer’, toch lekker aan gelegen. Tussen de beboste heuvels, zeer beschut en met zicht op de woensdagavondwedstrijd van de zeilvereniging.

De volgende dag wordt een rustdag op het water, we zeilen een paar eilanden verder naar een volgende ankerplek bij Bågø, ook een mooring  voor medlemmer.  Wel iets minder goed beschut langs een langgerekte lage kust van het eilandje.  Het bijbootje pakken we niet uit voor één dag; aan boord geluierd en zoals altijd weer de komende route’s bestudeerd. Onderweg heeft Aad een geep gevangen, in plaats van makreel, een aal-achtige vis. Voor de zekerheid  zoek ik op internet  of je die kunt eten en hoe je het klaar moet maken. Het blijkt een heerlijk visje te zijn!

Naar Mommark  zeilen we met één extra slag;  een klein haventje op het eiland Als.  Er is geen dorpje bij, de havenmeester beheert ook een kleine camping en een cafétje; dat is het, een leuk bedoeninkje.  We kozen de plek ook uit omdat  er diesel zou zijn, maar dat blijkt niet zo te zijn. ’s Avonds worden we tweemaal getrakteerd: eerst op de binnenkomst van een hele grote platbodem Skylge, Nederlandse vlag, die zeer kundig in het piepkleine haventje binnenloopt en keert en aanlegt, mooi schouwspel; en op een taptoe, geblazen op trompet door de havenmeester himself, waarna hij  de havengasten nog iets in het Deens toeroept en de vlag strijkt. Wij zijn niet zo heel stipt met het strijken van de vlag, maar nu is het duidelijk dat wij ook meteen de vlag strijken.

We hebben intussen een nieuw probleempje aan boord, de waterpomp pomt zonder dat we water gebruiken. Dat is verdacht en ja,  er ligt ook water in de boot. Waar zit het lek? Het water is zoet en een beetje lauw, dat wijst dus naar de boiler;  daaronder zien we druppels. Als we de druk er afhalen, stopt het. Voorlopig maar even aanzien en de pomp alleen aan als we water nodig hebben.

De volgende ochtend vertrekken we om 8.00 uur ‘s-morgens (omdat de de wind in de loop van de dag  zou afnemen, of juist heel hard zou worden, dat ben ik nu even kwijt), het eerste uur in de stromende regen en zeilen in één slag naar Laboe (bij Kiel), waar je in het weekend geen diesel kunt krijgen.

De weer berichten blijven gunstig voor de Eider, hoewel minder dagen oostelijke wind, dus we kijken kort rond en doen wat boodschappen om de volgende dag meteen het NOK( Noord-Oostzeekanaal) op te varen. Laboe heeft een grote haven, maar is een aardig  badplaatsje; handige en aangename plek om te liggen.

Om kwart voor negen komen we voor de Holtenau- sluis aan. Waar moeten we precies zijn? Voor de jachtensluis staan borden ‘niet invaren’ en de lichten op dubbelrood . We roepen de sluiswachter op, die nogal kortaf is met de mededeling dat we naar de wachtplaats moeten gaan. We zien geen wachtsteigers, dus snappen het niet. “Kijk maar op je kaart” en inderdaad  - niet helemaal goed voorbereid -  er is een grote wacht-area, waar je dríjvend wachten kan.  Daar hebben we per saldo ruim drie uur(!) liggen wachten.  Samen met steeds meer andere jachten. Om twaalf uur ‘mogen’ we met zijn allen naast twee vrachtschepen
in de grote sluis mee naar binnen. Eindelijk in het NOK, wat een tegenvaller,  zullen we het zijkanaal naar de Eider nog wel halen? Wat meevalt, is dat de voorspelde regen niet komt.

Zes uur varen door het kanaal  tot het Gieselau zijkanaal. Dat vinden we tamelijk saai, ookal is het wel een door bos beschut kanaal.  Na een poosje beginnen we de lichten voor de grote scheepvaart te begrijpen. Er zijn bredere plekken waar ze elkaar veilig kunnen passeren; dus daar zie je dan in de éne richting ineens drie vier van die grote jongens achterelkaar stil liggen (knap werk met die wind) om een nog groter tegemoetkomend schip langs te laten gaan. Dat hebben we zo’n drie, vier keer gezien.

Nét voor sluitingstijd halen de we de Gieselausluis om aan de andere kant voor de nacht aan te leggen aan een steiger zonder bolders of ringen: dan maar aan de brug vastknopen en aan de ketting waarmee het steigertje vastligt! Nu komt het slechte weer! In de stromende regen liggen we daar en omdat we ook ín de boot weer water hebben en het lek van de boiler steeds harder lekt, laten we onze hele watertank maar leegstromen. Vanaf nu is het kamperen met het reservewatertankje. We kunnen die boiler misschien wel ergens laten repareren of vervangen, maar dat doen we dan het liefste in NL.

Er zijn inmiddels weinig dagen oostenwind overgebleven in de voorspellingen: dinsdag kunnen we met ZO naar Helgoland en donderdag vandaar met ZO naar Norderney. Dat betekent maandag zo vroeg mogelijk de Eider af tot Tönningen om nog wat tijd te hebben dat plaatsje te bekijken. Het klaart op en we bevinden ons in een soort Friesland, de boerenbuurt van Sleeswijk-Holstein. Riet langs de kant, vele mooie overnachtingsplekjes, koeien in de wei, af en toe een boerderij, twee dorpen, een stadje, vier bruggen en twee sluizen. Minste diepgang  3,10 m. Het laatste deel is anders en heel mooi, hier begint de beloning:  een brede getijden rivier , puur natuurgebied met héél veel vogels op de oevers, koeien lopen als in sillouhet over de dijk (vg. film Gijs: de fanfare) en rennen even later de dijk af en op, opgejaagd door de boer plus hond. Wel stroom tegen, tot af en toe wel drie knopen.

Tönningen is inderdaad een heel aardig stadje, zeker de moeite waard. We liggen er in het droogvallende haventje met prachtig zicht op het oude raadhuis.  Laag water is midden in de nacht, dus dat hebben we helaas niet gezien; zwaard op, afsluiters dicht en niks gemerkt. We hebben nog steeds geen diesel kunnen krijgen en dat wordt nu wel nijpend.  De pomp die hier zou zijn is al 10 jaar geleden opgeheven (lang leve de uptodate gidsjes) . Maar we krijgen al snel de reservetank van één van de lokalen aangeboden. Dat scheelt een paar ritjes op de fiets? naar een tankstation aan de weg.

Naar zee?, een uur voor hoog water vertrekken, zegt de havenmeester. Dat is 05.00 uur. De boot met wie we samen naar de sluis gaan varen, wil om 6.00 uur vertrekken, de afspraak wordt  5.30 uur. Het is dan nog donker, maar in het oosten zie je wel iets gloren. De boeien zijn niet verlicht. Maar met plotter en (nacht)verrekijker komen we al kronkelend door de enorm weidse watervlakte,  via het smalle bevaarbare water (laagste waterstand 4 m) na een uurtje bij de sluis. Langzaamaan wordt het licht; dit is toch wel supermooi! En het houdt  niet op, na de sluis is het nog bijna twee uur tussen de platen door slingeren, weer met veel vogels. Inderdaad met rustig weer heel mooi en goed te doen. Als we daar uit zijn, zetten we het zeil en varen in één streep, vrij hoog aan de wind,  naar Helgoland.

Op Helgoland blijven we een dagje liggen. Na zoveel dagen achter elkaar doorvaren is een pas op de plaats wel even lekker.  Er is bovendien toch geen goede wind (verkeerde richting en te zwak, ZW 2bft).

De weersites brengen vandaag goed nieuws:  de zomer is begonnen en ook de oosten winden komen er alsnog aan. Dat biedt perspectieven op een relaxte tocht naar NL !

[Endelave – Middelfart 34 nM, Middelfahrt – Faenøsund 4 nM, Faenøsund – Bågø 12 nM, Bågø – Mommark 26 nM, Mommark – Laboe 34 nM, Laboe – Gieselau-sluis 39 nM, Gieselau – Tönning 42 nM, Tönning – Helgoland 43 nM (totaal 234 nM) ]

8 - 16 september Helgoland - Vlieland

We kunnen maar niet genoeg krijgen van het eiland - hoppen. En.. eerlijk gezegd, van alle Waddeneilanden zijn de Nederlandse toch écht het mooist, vooral de dorpjes erop.  

We boffen, de zomer is gekomen! We hebben wel mooie dagen gehad, maar niet zo lang achter elkaar zo warm. Heerlijke temperaturen en milde (oosten) winden. We boffen ook met het tij. Hoogwater is vroeg op de dag. Op trajecten van zo'n 50 mijl = ca 10 uur varen kun je dan 's morgens ná hoog water, met afgaand tij, vertrekken en vóór het volgende hoog water met opkomend water ergens vóór het donker binnenlopen. En naar het westen reizend blijft dat voorlopig ook zo. 

Vanaf Helgoland vertrekken we vroeg, om 6 uur, nog net in het donker, maar wel met het ochtendgloren dat in het oosten al zichtbaar is. In een uurtje tijd wordt het helemaal licht en komt de zon op. Heel mooi, maar het is zó voorbij. Op weg naar Norderney. ZO 3 à 4 Bft. 

Het grote scheepsverkeer in de Duitse bocht stelt niet veel voor (de meeste schepen die we zien, liggen voor anker). Maar er is er toch één vrachtschip dat ons oproept om te zeggen dat hij ons 'astern' (achterlangs) zal passeren. Zo hoort het ook, want we zeilen net buiten het verkeersscheidingsstelsel, maar toch...als klein zeilbootje voel je je even heel groot!

Na een uur of drie varen stelt Aad de vraag: " Waarom gaan we eigenlijk naar Norderney, daar ben ik al twee keer geweest, kunnen we niet naar Juist?"  Goed idee en het kan, met het opkomende tij kunnen we mooi Norderney voorbij, over het wad doorvaren en op tijd binnenlopen op Juist. De haven ligt buitendijks, is ca 1,70 diep bij hoog water, maar valt vervolgens helemaal droog. Daar liggen we weer in de mud. 

Juist is één groot kurort; er is bijna geen huis, dat niét Ferienwohnung is. Het bijzondere van dit waddeneiland is, dat alles er met paard en wagen vervoerd wordt. Er rijden geen auto's. Het lijkt wel de vorige eeuw! Uiteraard fietsen we het hele eiland weer over.

Het vertrek uit Juist gaat over het wad en moet liefst voor hoog water, maar dan is het nog pikkedonker; eerder dan half zeven (= 2 uur na hoog water) kunnen we de prikken en -onverlichte- boeien niet zien. In de haven raken we twee keer de grond en natuurlijk komt net de veerboot binnenlopen, die we eerst langs moeten laten gaan. De diepgang is verder geen probleem, maar je mag geen foutje maken want de geul is maar 3 m smal. De prikken zien we net op tijd en na een half uurtje is het al weer licht. Het is mooi zo vroeg in de ochtend op het wad. We zien steeds hele wolken vogels overtrekken

Een mooie zeiltocht naar Schier is het, geen oostenwind, maar wel bezeild en kruisend gaan we tussen Schiermonnikoog en Ameland door. We zijn er anderhalf uur voor hoog water, met 1 mtr diepgang lopen we langzaam varend binnen. Aad is er nooit eerder geweest, ik zo' n 40 jaar geleden. 's Avonds meteen het dorp verkennen (herkennen) en een kopje koffie bij v.d. Werf (hét -tevens oudste- restaurant/hotel van Schier), niet echt een mooi terras op de stoep, maar binnen is het authentiek en eenvoudig, zonder electronica, wat rust uitstraalt. De koffie kost er 80 eurocent, ja je leest het goed! Laten we hier morgen uit eten gaan!

De haven valt bijna de hele dag droog want laag-water is midden op de dag, je kunt dus niet wegvaren en er is dus veel tijd om op het land te besteden. Wat een mooi dorp, de huizen aan de Langestreek staan in rechte lijn oost-west, met aan de voorkant een tuintje en een hele strook gras/openbaar groen; en aan de achterkant een klein plaatsje, dan een achterpad en daarchter nog een hele diepe tuin.

En wat een mooi eiland, prachtige duinen met schelpenfietspaadjes, wat zo leuk knispert onder je banden. Het 4-gangen zondagmenu bij vd Werf is lekker en zeer betaalbaar en de obers, netjes in het pak, maken er een hele poppenkast van, want in het begin hebben ze eigenlijk niets te doen, maar lopen wel steeds rondjes door de grote eetzaal. De meevallende rekening vermeldt dat prins Bernhard er vele malen was; in de eetzaal hangt een plaquette met andere BN-gasten

Via de ondiepe Geul van Brakzand steken we met hoogwater over naar Lauwersoog. Daarvandaan maken we een fietstochtje door de Marnewaard om daarna een meerplekje aan een eiland in het Lauwersmeer te zoeken. Het is wel een mooi natuurgebied, maar eigenlijk een groot Reeuwijk, voor ons niet zo spannend; de aanlegplek minder fraai dan bv die in de Grevelingen of Veerse Meer. We gaan Zoutkamp wel bekijken, want of we hier terugkomen is de vraag, dus even half uurtje heen èn weer varen. Nog duidelijk te zien een fotogeniek oud zeehaventje met hoge sluizen (1969 werd Lauwerszee Lauwersmeer) . 

Een afspraak met een monteur (voor een tijdelijke afkoppeling van de lekke boiler) in de museumhaven van Lauwersoog mislukt (bij het aanleggen een fender verspeeld: pang!) en in de buitenhaven komt hij pas na zessen opdagen; dan kan hij niks meer doen omdat er dan geen onderdelen meer te krijgen zijn. Dan maar verder met het kampeertankje. 

We gaan -gratis- bij de wachtsteiger van de sluis liggen voor de nacht en vertrekken de volgende morgen opnieuw vroeg : 7.30. We gaan weer naar buiten en over zee naar Vlieland. De eerste helft van de tocht kunnen we zeilen, het is schitterend zomerweer en warm: de tweede helft valt de wind weg en zetten we uiteindelijk de motor bij. Wat zijn Ameland en Terschelling lang....om langs te varen met weinig wind! Gelukkig bereiken we -met wat afsnijden- het Stortemelk ( tussen Terschelling en Vlieland) wel later dan we gedacht hadden, maar op tijd om ruim een uur voor HW Vlieland binnen te lopen. Het is er druk. Heel veel 2- en 3-master bruine vloot aken met scholieren (die de volgende morgen al vroeg vertrekken). Daarna is het heel rustig en relaxed in de haven

Op Vlieland hetzelfde gevoel als Schiermonnikoog. We hebben echt schitterende waddeneilanden. Het dorp, de duinen, de zee, het wad met eb en vloed. Hier gefietst, de vuurtoren bezocht, gerend en in zee gezwommen. We blijven drie nachten, de weersvoorspellingen zijn wat ongewis om buiten ten anker te gaan. En niet onbelangrijk: het zit Aad maar niet lekker, dat hij de boiler zelf niet zou kunnen afkoppelen, dus hij gaat aan de slag; leent sleutels van de haven meester, koopt de benodigde koppelstukjes bij de loodgieter en jawel: we hebben na 2 weken weer stromend -koud- water aan boord!!

Morgen het laatste stukje Waddenzee naar Kornwerderzand, recht over de plaat!

[ Helgoland-Juist 51 nM, Juist-Schiermonnikoog 50 nM, Schiermonnikoog - Lauwersmeer 11 nM, Lauwersmeer via Zoutkamp naar sluis Lauwersoog 13 nM, Lauwersoog - Vlieland 59 nM]

(Dit verhaal is op onze tablet gemaakt, even wennen. Voor het plaatsen van foto's moet ik misschien nog wat puzzelen, kan dus zijn dat je die pas later ziet.)

30 augustus - 8 september -- van de Kleine Belt naar Helgoland

 

Net toen ik mijn verhaal af had en het op de website wilde gaan zetten hield mijn laptop het voor gezien. Dit verhaal houden jullie dus nog tegoed. Het verhaal waarin ik vertel:

Hoe we de hele weg opkuisend naar de Kleine Belt kwamen,  heerlijk net een klein open zeilbootje!

Dat we daar tweemaal een ankerplekje en twee leuke haventjes vonden. En Aad een geep ving.

Hoe een havenmeester taptoe voor ons blies op zijn trompet.

Dat we ruim drie uur voor de sluis van het Kielerkanaal  hebben liggen wachten. 

Dat onze boiler lekt en we tenslotte de tweehonderd liter water maar uit de tank gepompt hebben. Nu kamperen  met 20 ltr tankje.

Dat de tocht over de Eider heel bijzonder was, vooral het getijden gedeelte.  

En dat we nog in donker van Tonningen naar zee vetrekken en naar Helgoland zeilden.....  En nog veel meer...

Intussen liggen we hoog en droog op Juist.

 

.

 

21 - 29 augustus Over het Kattegat

Dit is een heel andere week. We varen weer grotere afstanden. We zien water tot aan de einder en zelfs een paar uur géén land in zicht. Het land wat we wel zien is laag tot plat, wel mooie glooiende hellingen afgewisseld met bos, en soms een heuse klif.

Het begint met een prachtige zeildag naar het eiland Laesø,midden tussen Zweden en Jutland.  Nog één keer tussen de grote rotsen en de kleine rotsjes boven en onder water door naar zee; het laatste steenbaken ‘Lekskar’ even op de foto gezet en dan in één streep  naar Laesø.  Zon,  ZO 3 bft uit de goeie hoek, wat wil je nog meer! Eh… goeie hoek? Het plan is naar Osterby (op de noord-oostpunt) te gaan, maar dat lukt nèt niet met deze wind, Vesterö (op de noord-westpunt)  is wel bezeild. Het maakt de tocht iets langer, maar we lopen nog op een mooie tijd rond half zeven de haven binnen. Een zeilershaven, jeugdige vertrekkers met een spandoek ‘volg ons op www. …  ‘ en mensen die de vertrekkersvlag ‘ik ben de wereld rond geweest’ hebben gehesen. Met zo’n 25 boten, lang niet vol. Het seizoen is al voorbij, de ferry vaart nu maar 4 x per dag, voor halve prijs.
Op Laesø kun je goed fietsen, zeggen ze, dus dat gaan we doen. Het is mooi weer. Van het touristenburo lenen we kaartje met een fietsroute, maar de route gaat over lange rechte asfaltwegen, dat is wel saai; wat boffen wij dan met bv de mooie fietspaden op Terschelling! We bezoeken een soort openluchtmuseum waar ze laten zien hoe vroeger zout gewonnen werd. Het zeewater op houtvuur gestookt tot het zout kristalliseert. Leuk om te zien. Aad zou Aad niet zijn als hij toch nog een fietspaadje over hei en door het bos ontdekt dat we op de terugweg kunnen nemen. Daar zien we van die open trekkershutten staan die je vrij gebruiken kan, inclusief vuurplaats, zwemmeertje, waterpomp en wc, zoals we indertijd met Fleur in Zweden op een kanotrektocht tegen kwamen. Dorpjes stellen weinig voor. Het smaakt niet echt naar meer, het eiland is niet zo spannend. Dus we maken ons op om de volgende morgen naar eiland Anholt te varen.
Omdat er alleen in de ochtend voldoende wind verwacht wordt, vertrekken we om zes uur in de morgen. Schitterend zomerweer, helaas, de wind valt tegen, tijd voor makreel vangen en het wordt motorsailen, saai. De beloning is echter groot. De aankomst in Anholt - het pontje zagen we voor ons uitgaan (op het moment 4x per week!)-  :  een vissershaventje met langs de kade wat onduidelijke gebouwtjes, een cafétje/winkeltje, restaurantje, de helft gesloten en direct aan de duinen, strandje om de hoek! Wat een plaatje! Doet erg aan Vlieland denken. We willen diesel tanken, dus leggen aan bij de pomp. Die blijkt alleen van 17.00 tot 18.00 uur bediend te worden; twee uur wachten dan maar, want misschien willen we hier ook wel weer ‘s-morgens vroeg weg.  Naar vissersgedoe kijken, havengeld vast betalen, ijsje eten. De tijd is zo om. Hoewel het zeker ook een mooi wandeleiland is, gaan we toch fietsen en zo zien we alles wat er via wegen en fietsbare paden te bereiken is. De hoogste berg, 48 m, beklommen voor het uitzicht en de lunchplek. Het schilderachtige dorpje, vakwerkhuizen, kronkelige zandwegen. En tot slot het vliegveld, wat er uit ziet alsof het al jaren niet meer gebruikt wordt. In een oude keet voor de ‘vluchtleider’ ook een wachtkamertje voor passagiers van hooguit drie bij vier. Nog één kapotte stoel over. En de timetable van 2016 ! : 4 x per week kun je naar Roskilde vliegen, dat hadden we niet meer verwacht en even later landt er nog een sportvlieger ook.

Ja en dan naar Ebeltoft op Jutland, maar dat is eigenlijk net niet bezeild en kruisend zou het weleens een héle lange dag kunnen worden. Bovendien moeten we om een windpark heen, wat ook al een slag kost. We zien één schip ertussen door varen, maar er staat toch echt verboden gebied op de Navionicskaart en andere schepen houden zich daar ook aan. We besluiten maar om eerst naar Grenå te gaan. Wat we daarover gelezen hebben maakt niet echt enthousiast, maar soms loopt het zo. We zijn weer heel vroeg vertrokken deze morgen ( om de zelfde reden, de wind zou gaan afnemen op de dag) en daarom lig ik de rest van de middag lekker in het zonnetje bij te slapen. Aad gaat intussen op zoek naar de havenmeester (die er niet is, de betaalautomaat wel) en bekijkt de hele haven, annex vakantiehuisjespark. Wat een gedrocht, beetje meer aandacht voor de buitenruimte zou het stukken fraaier maken! Een verwaaidag vullen we in met een rondje op de fiets, eerst door Grenå, waar echt niets aan is en daarna door de velden en onze boterham opgegeten bij een kasteel. Eigenlijk te warm om je zo in te spannen, maar toch wat gezien. Als we de tweede dag de havenmeester wel treffen, horen we dat door het windpark varen (111 molens) in Denemarken i.h.a. wel is toegestaan:  10 mijl = twee uur, omgevaren! Je zou er zo naar terug willen, even de sensatie hebben tussen die kolossen van windmolens te varen (zou er te zeilen zijn, valwinden?), want op de Noordzee mag dat -nog- niet. Niet gedaan.

Opnieuw op weg naar Ebeltoft en we twijfelen alwéér of we daar wel heen moeten: een voor toeristen opgedoft Deens stadje, in het aflopende seizoen? Wat zoeken we daar? We varen al niet graag naar grote steden, nu hebben we ook al geen zin meer in een kleiner plaatsje en liggen liever in de natuur. Géén Ebeltoft dus. We verleggen de koers naar Tunø, een piepklein eilandje ten westen van hrt eiland Samsø, lekker buiten: rust en ruimte.

We varen al heel lang niet op getijdenstroom, bij Noorwegen en Zweden is er een konstante stroom van één knoop het Skagerrak uit naar zee (voor ons tégen). Nu hebben we vaak windstroom. Je weet niet precies wanneer die stroom er is en hoe sterk. Je kunt ‘m niet vermijden door op een andere tijd te vertrekken, globaal genomen kun je tegenstroom verwachten als je hoger aan de wind vaart en als je wind mee vaart is de stroom ook mee. Kapen en ondieptes hebben ook invloed. Tussen Samsø en de eilanden/Jutland ontmoeten we een tegenstroom van maar liefst 2½ knoop!!

Wie schetst onze verbazing als we op Tunø een haven vol boten treffen, al vroeg in de middag. Natuurlijk, het is weekend en prachtig weer; voor ons is het even schakelen. Geen rust dus, twee boten van de zeilclub uit Aarhus naast ons (= 8 mensen over het voordek), maar eigenlijk toch wel een gezellig gebeuren, zoals op een eiland in de Grevelingen. Hier dan aangevuld met dagbezoekers met de veerpont. Maar als we even op de fiets stappen - ja ook voor een fietstochtje van 8 km pakken we ze uit (in 3 minuten)- vinden we de rust die we zochten. Kleinschalige landbouw, vakwerkhuizen in het dorpje, een vakantieparkje met boshuisjes, en een privévliegveldje met één vliegtuigje, en heel bijzonder de kerktoren is ook vuurtoren; dat is het zo ongeveer.

De volgende morgen willen we naar het volgende (kleine) eiland, Endelave, omdat de dag er na een verwaaidag wordt, maar het waait nu ook al hard; de wind zal afnemen maar er wordt ook onweer verwacht, dus waar zit het windgaatje van ca. 3 uur dat we nodig hebben? Op de steiger en aan boord een gesprek met twee Denen hierover. Tenslotte doen we toch wat we zelf concluderen uit de diverse weer-webites en vertrekken meteen (wat hebben we toch een plezier van de wifiversterker, de meest zwakke wifisignalen van havens of cafétjes in de buurt kunnen we ontvangen). Resultaat: heel even nog veel wind, daarna te weinig om op te schieten voor het onweer, rif er weer uit en motorsailen. Maar het onweer trekt langs, alleen een korte hevige regenbui.

Wat een tegenstelling met Tunø. De haven van Endelave is zo goed als leeg en verlaten. Aan de kade ligt een veerpont met de voorpunt nog hoog opgeheven, klaar om te vertrekken, waardoor je de haveningang bijna niet ziet. Stilte. Aanleggen gaat hier met palen achter en boeg aan de steiger, maar zó ver uit elkaar hebben we de palen nog niet gehad, er kunnen makkelijk twee boten tussen. Een heel gedoe dus om ook de tweede achterlijn om de paal èn de lastige afstap van de voorpunt dicht genoeg bij de steiger te krijgen;  het is uiteindelijk gelukt, netjes met de kop in de wind, zónder met de lijn naar de tweede paal toe te hoeven zwemmen! Voor de stormzekerheid ook twee lange lijnen van de middenbolder naar voren gelegd. Eindelijk tijd voor de lunch.

Hoe kun je genieten van niets. De rest van de middag hebben we rond de haven doorgebracht. Op een bankje voor het haven-clubgebouw, beetje appen met thuisfront, reisverhaaltjes van Marja lezen en Aad maakt natuurlijk mooie foto’s. Hé, daar komen toch wat mensen, met grote tassen en rugzakken, een paar auto’s in de rij: de veerpont komt er weer aan. Zíj gaan naar huis, het eiland is morgen voor ons! Vlak voor de boot vertrekt, schrijft de 2e stuurman met krijt op een schoolbordje op de kade hoeveel mensen er aan boord meegaan.

De verwaaidag vullen we zoals gebruikelijk met ‘lekker-hard-lopen’, verhaal schrijven, fietsen (over hoogste punt eiland 7 mtr!), dorpje bekijken. Zeer gevarieerd landschap, beetje landbouw beetje veeteelt, grotendeels verlaten natuur, bos, hei, moeras. Bijna geen mens gezien. Wel in de haven; daar is een hele vloot van zeven schepen van een zeilschool binnengelopen.
’s Avonds de preciese route voor morgen weer in de kaart en plotter gezet, altijd weer meer werk dan je denkt. Het waait nog steeds flink(20-25 knopen);de hele dag al dat gefluit en gegier in het want is best vermoeiend, dus lekker slapen nu!

[ Högö baai - Laesø 45 nM,  Laesø  - Anholt 50 nM,  Anholt - Grenå 38 nM, Grenå - Tunø 33 nM, Tunø -Endelave 15 nM ]

13 – 20 augustus Hunnebostrand – baai Högö (Marstrand)

Tja, hoe maak je een noodvoorziening. Aad heeft de hele boot al doorzocht op een geschikt stukje staal om de ontbrekende zekering te vervangen. Tijdens de wandeling snuffelt hij bij elk huis waar een steiger staat of daar iets bij ligt; ijzerwarenwinkels zijn uiteraard in het weekend gesloten. En zo komen we met wat stukjes afval terug bij de boot, maar uiteindelijk wordt een vork uit de keukenla geofferd! Die past in de gleuf en kan onder en boven netjes omgebogen worden, zodat hij (en de as) er niet uitvallen. Mooi, zo durven we wel naar Ellös te varen, naar Daniel/Spinsail, die het onderdeel misschien al heeft kunnen bestellen.

Het is prachtig zonnig weer. Aad rent eerst nog een stuk, neemt vast een kijkje bij het Sötakanaal, waar we even later doorvaren. Dit kanaal is in de jaren 30 (werkgelegenheidsproject, vgl Bosplan bij A’dam) gemaakt om een beschutte route te creëren. Deels was er al water, deels is het uitgehakt. Die beschutting kunnen we vandaag goed gebruiken. Langs de kant weilanden met koeien, leuke huisjes, beetje bos; doet weinig aan een kanaal denken, het is een heel natuurlijk gevormde waterweg met één brug die al open staat als we aankomen.

Aan de andere kant van het kanaal varen we even de overvolle, toeristische voormalige vissershaven Smögen in. We zijn er zo’n 15 jaar geleden met Fleur geweest (Weet je het nog? We zijn toen met een pontje naar een eiland met een vuurtoren erop gevaren en zagen voor het eerst de afgeronde kale rotsen als pukkels in de zee liggen). Maar ik kan me niet herinneren dat het toen al zo’n ‘kermis’ was. De haven in en zo snél mogelijk weer uit!!! Daarna kunnen we lekker zeilen, tussen de scheren door, naar Ellös.
Een nieuwsgierig rondje door de haven van de Halberg Rassy-werf en dan de Gästhamn in; aanleggen met Grundgeschirr. Tot onze grote verbazing zien we twee auto’s van Spinsail op de kade staan; hij woont dus hier vlakbij, alleen, in welk huis? We maken een briefje dat we ‘s-avonds onder de ruitenwissers klemmen, want stel je voor dat we hem morgenvroeg missen. Maandagmorgen zien we niets gebeuren en gaan dus maar ergens aanbellen. Geen bel, kloppen dan maar. We zijn warm ….bij de buren, moeten het volgende (gele) huis hebben. Daniel is thuis, heeft vakantie en werkt aan zijn zelfgebouwde huis. Er lopen twee hoogblonde kindjes rond en hun aardige moeder ontvangt ons op het balcon. Daniel heeft het onderdeel niet kunnen krijgen, want de firma (in Frankrijk!) is met vakantie, nog tot volgende week maandag. Was het van het merk Selden/Furlex geweest, dan had hij het de volgende dag in huis gehad. Wat nu? Als Daniel de volgende week bestelt, duurt het zeker nóg een week. Dan zouden we intussen naar een collega van hem in Helsingborg kunnen varen voor de montage; is dat safe met onze tijdelijke oplossing? Weten we niet. We doen een poging in NL; bellen Neutmast en die blijkt het onderdeel zowaar te hebben (van een demo versie), hij wil het wel opsturen (naar Daniel). Met de sneldienst van DHL moet dat zelfs in 24 uur kunnen. Alles opgelost!

Wij gaan kijken of we de fabriek van Halberg Rassy kunnen bezichtigen. En, ja, er is iemand die (op de eerste dag na zijn vakantie, de fabriek start net weer op) ons wel ruim een uur enthousiast rondleidt. Eerst bekijken we in de haven een 341. Pracht kwaliteit! Heel interessant om te zien, hoe die schepen gemaakt worden. Alles gebeurt op deze fabriek, behalve het maken van de hull, dat gebeurt in Kungshamn, t/o Smögen.  Prachtige schepen, maar… geen liftkiel.  Serieuze potentiële kopers zijn we dus niet.

Om de wachttijd te vullen gaan we een dag/nacht naar Gullholmen, vlakbij, om woensdag weer terug te komen. Daniel kan ons dan helpen bij de montage.
Gullholmen  ligt 2,5 nM(!) verderop en heeft een natuurlijke haven tussen een groter en heel klein eiland. We worden al aardig handig in het aanleggen met Grundgeschirr. Het voormalige vissersdorp staat op het kleine eiland, dat met een brug verbonden is aan het grotere. Het lijkt wel Marken, zo dicht op elkaar gebouwd. Uiteraard witte, houten huizen. De vissersschuren aan het water zijn roodbruin.  Kleine terrasjes en tuintjes met fleurige bloemen ertussen. Prachtig en waarschijnlijk worden de huisjes nu veelal als tweede huis bewoond.

Een kleine wandeling laat ons verder al het moois van het grotere eiland Härmanö in één klap zien. Rotsen met heel veel paarse hei erop: Aad waant zich weer thuis in Ruinen.  Makkelijke rotspaadjes, niet stijl, doorkijkjes naar zee en volgende scheren, een binnenmeertje, een boerderij, een smalle sund (die het eiland doorsnijdt), leuke vakantiehuizen en geen auto’s. En wat zo grappig is, overal puntjes van witte zeilen die tussen de scheren door varen; doet aan Friesland denken.
In het dorp bekijken we het Skepparhuset, wat overladen vol ingericht is met huisraad en gereedschappen van een schipper van een ruim een halve eeuw of langer geleden.  Voor we de volgende morgen terug gaan naar Ellös ‘doet’ Aad het héle eiland nog even rennend en komt met mooie foto’s terug.

In Ellös is nog geen DHL langs geweest en we beginnen dus maar met routes voor het vervolg te bedenken. Op de weerkaartjes zien we nog een paar dagen noordenwind, daarna zwakke winden uit zuidwest. Het zou dus mooi zijn als we nog net met noordenwind naar Laesø kunnen oversteken. We nemen vele opties door en zetten ze allemaal op de kaart: nog langer scharrelen langs de Zweedse eilanden en baaitjes, en dan vanuit Vrangö (t/o Göthenburg) oversteken naar Laesø in Denemarken, of vanuit hier oversteken of vanuit Marstrand, het Zweedse Cowes, wat we niet zouden mogen overslaan. Kiezen kan nog niet, het hangt ervan af wanneer we na de reparatie precies kunnen vertrekken!
En omdat het onderdeel maar niet gebracht wordt, bellen we nogmaals met Neutmast. Het blijkt dat het pakje pas deze ochtend/woensdag is opgehaald, ipv maandag verstuurd!  Verdorie, dat valt tegen, dan wordt het donderdag of vrijdag. Maar we kunnen niet veel anders.  Zó het Kattegat over voelt niet goed.
We geven het dek maar eens een grote sopbeurt, na twee maanden geen overbodige luxe! Lekker spetteren met water, de zon schijnt volop, nat worden is niet erg.

Aad heeft al weer een ankerplekje opgezocht voor de avond, maar de wind wordt ineens harder en draait NO, waardoor het plekje niet zo geschikt meer is. Daar komt nog bij, dat de WCpomp het voor gezien houdt.  Kan er ook nog wel bij, ach ja, we hebben de tijd. We blijven in de haven en Aad begint aan zijn volgende project. Er komt een flink stuk wier uit de pomp, filter schoonmaken, vaseline op het rubber en klaar is Kees. Als álles zo snel kon!

Het begint een week van wachten en geduld hebben te worden. Een dagje weggaan doen we niet weer, want zodra het onderdeel er is willen we het monteren en verder varen. Deze waaidag dus besteed aan routes t/m Kiel in de plotter zetten en dit verhaal schrijven. Vrijdag om 12 uur komt het pakje eindelijk!

Maar....het onderdeel past niet, het is te groot. Gelukkig kan onze tuiger/ Spinsail het aanpassen en zit die voorstag nu weer als een huis.  Al met al een kleine week vertraging, ach, eigenlijk helemaal niet zó erg lang, dankzij Neutmast en Spinsail. Iets in Frankrijk bestellen duurt véél langer.

We hebben alles klaar liggen en varen dezelfde middag nog verder, naar Marstrand. Het is de laatste dag met noorden wind, slechts 8 knopen en voor de volgende twee dagen wordt wat zwakke ZO wind voorspeld, misschien net genoeg om naar Laesø te komen, vóórdat de zuidwestelijke winden zich aandienen.

Vlak voor Marstrand gaan we over een vreemde witte streep op het water; aan de éne kant staan er golfjes, aan de andere kant is het water vlak, hier komen kennelijk twee waterstromen bij elkaar: Skagerrak en Kattegat? Zou wel eens kunnen kloppen want in de folder van Marstrand lezen we dat dit inderdaad het geval is bij de Skallens Fyr aldaar. Marstrand, van verre te herkennen aan het grote fort op het eiland, het Cowes van Zweden, barst inderdaad van de zeilers. Grote jachthaven maar een rustig plaatsje met grote houten huizen, luxe (vakantie)villa’s van begin vorige eeuw. Het plan om de rondwandeling over het eiland te lopen, ruilen we in voor het meemaken van de ‘Sekelskiftesdagarna’. Er liggen oude zeilboten in de haven, mensen lopen in kledij van rond de eeuwwisseling 1800/1900, er rijden oude auto’s met houten spaken, er vliegt een hangglider en “koning Oscar II” komt met een stoomschip aan (zoals Sinterklaas). We zien in de tuin van één van de villa’s een leuk stukje straattheater, en ookal begrijpen we geen woord zweeds, het was wel genieten!

‘s-Middags varen we weg naar een ankerbaai in de buurt; op het laatst vanwege de windrichting niet naar Ütkäften, maar naar Högö. Nog één keer buiten tussen de scheren liggen, heerlijk rustig. We hebben moeite met afscheid nemen van deze scherenkust. Netzo als we moeite hadden de Noorse kust achter ons te laten. Het leek ons eerst niks, die kale rotsen in zee, maar niets is minder waar. Ze zijn zo verrassend, steeds anders en wél begroeid… die mooie paarse hei. Een prachtig gebied waar we wellicht eerder naar terug gaan dan de Noorse ZO kust.

[ Hunnebostrand - Ellös 23 nM, Ellös - Gullholmen 2,5 nM,  Gullholmen- Ellös 2,5 NM, Ellös - Marstrand 22 nM, Marstrand - Högö baai 4 nM] 

5 – 12 augustus Stavern - Kostereilanden - Hunnebostrand

Stavern is vooral een handige haven op onze route, het plaatsje zelf stelt niet veel voor, behalve dat er een voormalige werf van een Deense koning  te bezoeken is en een indrukwekkend oorlogsmonument in de vorm van een groot pyramidevormig baken op de rotsen aan zee. Dat doen we dan ook;  op de werf zijn alleen de gebouwen nog te zien en in een aantal zijn nu winkeltjes met kunst tentoongesteld/te koop. Tijdens een plensbui schuilen we in een cafetje en daarna lopen we naar het monument. Ongeveer om die tijd zal Fleur weer landen op Schiphol, na vier maanden Zuid-Amerika.  We maken een selfie en sturen die naar haar op. Even slikken dat we niet thuis zijn, maar gelukkig hebben Lotte, John, Lars Rens en Ido haar feestelijk onthaald.

Op de weerberichten zien we dat er zwaar weer met gale-warning op komst is en dat betekent dat als we niet meteen oversteken naar Zweden, dat het dan pas vier of vijf dagen later kan. Daarom varen we de volgende ochtend meteen op tijd uit; mooi zonnig weer, eerst weinig wind, maar halverwege kan het weer zonder motor en wordt het een mooie zeildag.
En wat nou zo typisch is, dan zit je op dat grote water, er is zóveel ruimte en toch, ineens, zie je een groot vrachtschip met hoge snelheid aankomen, bijna op ramkoers…, nee,  hij gaat vlak voor ons langs. Als of we magnetisch zijn! Noorwegen zien we nog heel lang achter ons, bijna tot aan de overkant, terwijl we Zweden pas voorbij halverwege in beeld krijgen, omdat het stukken lager is dan Noorwegen.

Op de Kostereilanden zijn verschillende haventjes, maar met de ZW storm( windkracht 7 met vlagen 9/10) op komst, lijkt ons de haven in de Kostersund – het water tussen Noord en ZuidKoster – de beste keus. Het is er voller dan we hadden verwacht. We zijn nu op het verste punt van onze zeilreis.

De eerste nacht liggen we langszij een andere boot en de volgende ochtend bemachtigen we een plekje aan de binnenkant van de steiger en leggen de boot daar  ‘stormbestendig’ vast. Dat er later die dag nog twee zeilboten aan ons vastknopen, vinden we minder prettig (trekt of drukt allemaal tegen onze boot), maar nadat ze op ons verzoek nog eigen lange lijnen naar de steiger erbij gelegd hebben, moet het wel kunnen en dat is ook zo. Laat de storm maar komen!

Het haventje is van een vissersvereniging, er staan vissershuisjes aan de kant, er zijn een paar cafetjes, waarvan een met een winkel van sinkel met grote uitsalling buiten, er komt een ferry en er vaart een pontje naar Zuidkoster; er heerst een beetje rommelige jaren 70 sfeer en de eilanders  doen alle vervoer per brom-bakfiets. Alles bijelkaar van schilderachtige schoonheid.
De kostereilanden zijn weliswaar Zweeds, met meer afgeronde rotsen dan de Noorse scheren, maar doordat er ook veel begroeiing is, lijkt het nog Noors. Het noordelijke eiland is alleen maar rots, met bos (naald en loof) erop en op de kalere stukken veel paarse hei. Op sommige plaatsen zien we hele velden van kleine ronde keien, zoals eerder in Jumfraland. Een mooi eiland om over te wandelen.  Onder een struik schuilend voor de regen eten we onze boerhammen. Op het Zuider eiland hebben we heerlijk gefietst; het is totaal anders, groter, vlakker, met weilanden en kleine gehuchtjes (inmiddels vooral vakantiewoningen). We hebben uiteraard alle haventjes bekeken, van klein tot zeer klein. 

Het stormt een paar dagen behoorlijk, maar afgezien van af en toe regenbuien, hebben we daar wandelend en fietsend weinig last van en de woeste wit opspattende zee zien is indrukwekkend mooi, vooral als je weet dat je er nu niet op hoeft te varen! Er hoort nog een hele archipel van kleinere eilandjes bij de Koster’s, met mooie plekjes om te ankeren, moet prachtig zijn, maar daar komt het niet van, met dit weer.

Met de storm bereikt ons ook het verdrietige bericht van de plotselinge dood van mijn neef Floris;  we zijn er behoorlijk van slag van. Donderdag is zijn begrafenis en ik kan daar tot mijn grote spijt niet bij zijn;  maar gelukkig gaat Fleur, ook een beetje in mijn plaats.

Wij varen die dag, de eerste na de storm, weer verder en belanden in een wonderschone, echte zweedse ankerbaai met rondom kale afgeronde beetje geel-bruine rotsen, toch wel tot z’n 30 m. hoog. Als we er ‘s-avonds een ommetje op lopen, zien we dat er toch wel begroeiing is, kleine lage plantjes en mossen in alle kleuren groen, rood en geel.

Voor het eerst gebruiken we ons hekanker en leggen met de punt tegen de rots aan; we krijgen hulp van de boot die in Kostersund naast ons lag. Wat een toeval dat we ze hier weer treffen; ze kennen deze plek goed.

Het is trouwens ook nu weer dankzij het bezit van een goede kaartplotter dat we hier kunnen komen, want  Aad zet onze route er van te voren in, waardoor we houvast hebben waar we zitten en waardoor we ondiepe passages zonder kleerscheuren door komen; zonder dát zou je hier bovendien al heel snel verdwalen tussen de talloze op elkaar lijkende rotseilanden. Het is net een doolhof! En dat gaat nog tot Götenborg zo door, tenzij je het ruime sop kiest en over volle zee vaart.

Er komt alweer een slechtweerfrontje aan, dus de volgende dag willen we in een beschutte haven liggen en dat wordt Hunnebostrand:  van origine vissersdorp, te herkennen aan de roodbruine vissershuisjes langs de waterkant. Omdat er weinig wind staat en in elk geval tégen, varen we de binnendoor-route  door de Hamburgsund. We vertrekken nog met een beetje zon, maar al gauw trekt het dicht en krijgen we een miezerregentje. Onderweg is veel te zien, kleine dorpjes, haventjes: de zweedse boerenbuurt.

In Hunnebostrand leggen we aan- ook voor het eerst  -  met behulp van ‘Grundgeschirr’, zoals dat heet volgens onze duitstalige gids. Dat blijken lijnen te zijn die diep in het water liggen verankerd, maar die je bij de steiger op kan pakken. De lijnen zet je achterop vast en de punt leg je aan de steiger vast. We liggen dus dwars op de steiger. Makkelijker dan met een ankerboei, vinden wij! Bij de voorpunt afstappen is op onze boot niet zo handig, we klimmen over de preekstoel; al die Zweden hebben een preekstoel in twee delen met een loopplankje ertussen, waardoor ze zo naar voren lopend afstappen. Dat zouden we ook wel willen. We liggen goed, kijken 1e rang op de vissershuisjes uit en rondom liggen een paar hoge rots-bulten; bovenop is een uitkijkpunt, daar gaan we uiteraard even naartoe; mooi zicht op zee en scheren.

Helaas ontdekken we (op vrijdagmiddag!) dat we een onderdeel van het rolfoksysteem verloren zijn (waarmee een asje gezekerd wordt). Nou, eigenlijk gelukkig dat we dit ontdekken, vóórdat er narigheid van komt. We zijn verder de hele middag bezig om uit te vinden, hoe we aan zo’n onderdeel kunnen komen. In Hunnebostrand zelf gaat dat niet lukken, want alle scheepsbedrijven zijn al gesloten voor het weekend of met vakantie (het laagseizoen is hier al begonnen) en bovendien meer op motorboten georienteerd. Eigenlijk heeft de havenmeester ons dus voor niets in de regen helemaal naar het bedrijventerrein laten lopen; maar gelukkig helpt hij ons vervolgens wel aan een contact in Ellös ( kleine 25 nM zuidelijker, waar de Hallberg Rassy’s gebouwd worden), waar ze het onderdeel hopelijk kunnen leveren en monteren. Na het aanleggen van een noodvoorziening door Aad, gaan we daar dan binnendoor, met weinig wind, naar toe.

Als we tenslotte vanwege het ontbreken van Wifi in de haven neerstrijken in een cafetje, zien we - voor het eerst - sinds twee maanden weer een tv en ontdekken daardoor dat de olympische spelen gaande zijn?!! 


[ Stavern- NordKoster 35 nM, Koster - baai Gluppo (Fjalbacka)  23 nM, Gluppo- Hunnebostrand 11 nM ]