SY-Freedom-naar-Noorwegen.reismee.nl

27 juli - 5 augustus Grimstad – Stavern

De kust wordt langzamerhand wat grilliger, minder ‘netjes aangeharkt’ als de Blindleia, met ruimer water tussen de scheren, wij vinden het steeds mooier en authentieker. Later horen we dat hier sind 1950 al geen nieuwe huisjes meer gebouwd mogen worden (binnen 100 meter van het water). Dit tengunste van natuurgebied en vrij gebruik door iedereen. Alleen de oudere huizen staan er nog. En de havenstadjes lijken steeds witter te worden! Aad vindt in het grote Havneguiden-boek met havens en alle anker- en aanlegplekken (met luchtfoto’s en kaartjes hoe je er komt) steeds meer mooie plekjes, baaitjes, teveel om allemaal te bezoeken, maar we nemen de tijd voor een paar bijzondere.

Omdat er flinke regen voorspeld is, blijven we nog een dag in Grimstad. Aad begint met rondje hardlopen, verdwaalde en werd “gered” door een Noorse runner. ‘s-Middags lopen we een city-heuveltocht, eh... geklauterd als een berggeit. We vinden op een bankje bij de kerk een mooie camera en geven hem daar af, met op het bankje een berichtje daarover. De volgende dag is het berichtje weg, en de camera ook, ingepikt door de misdienaar die hem bij de gevonden voorwerpen zou leggen. De regen kwam pas ‘s-avonds.
De volgende tocht kunnen we weer zeilen en gaan naar Alvekillen, een baai die je vanuit zee in (en uit) moet varen (dus bij rustig weer). We varen tot helemaal achterin, waar we twee nachten alleen liggen. Rondom een paar vakantiehuisjes, tegen hellingen met bos. Heerlijk in de zon, boek lezen, zwemmen en een wandeling. We leggen ons rubberbootje waarmee we naar de kant gaan, zomaar ergens aan de wal en lopen door nat gras en bos tot we de weg vinden. Een gemarkeerde route kunnen we niet vinden, dus langs de weg gelopen, naar een plaatsje aan de andere kant van het eiland. Voor de terugweg gelukkig toch –met Aad’s worldwide offline navigatieapp CoPilot- een bospad ontdekt. Het bootje blijkt als we terugkomen helemaal omgedraaid te liggen; oeps, even vergeten dat hier weliswaar nauwelijks stroom is, maar wel 30 cm eb en vloedverschil! Terugroeiend worden we tot twee keer toe angstaanjagend aangevallen door een tot vlakbij aanstormende vaderzwaan, die kennelijk vindt dat we te dicht bij zijn jongen zijn geweest. Aad komt er langzaam aan achter hoe de vislijn in de hengel/molen moet. Maar ook dat vissen een echte kunst is, die geoefend moet worden. ’s Avonds laten we de motor een poosje draaien, omdat de spanning op de accu’s laag wordt; niet zo fijn in een natuurgebied… toch maar gedaan.

Tvedestrand is een aanrader uit de Vaarwijzer (boek dat onze hele route beschrijft en ons vele tips oplevert). En terecht. Het ligt aan het eind van een fjord, lang zo groot niet als de Hardanger, maar toch een echte fjord; mooi stadje tegen de berg gepakt. De winkels sluiten er op zaterdag al om 15 u, i.p.v. 16 uur door de weeks. De supermarkten zijn vaak wel tot laat open. Het is een eind omvaren, zo’n fjord in en uit, maar zeker de moeite waard.

Tenslotte het zeilersmekka Risør, zou erg druk zijn, maar gaan toch kijken, en de drukte valt mee

(voor vele noren loopt de vakantie al ten einde). Gelukkig maar, want het is er erg mooi. Alleen maar witte houten huizen. We lezen ergens dat dat ooit als teken van rijkdom is begonnen, lijkt op marmer!

Volgend weekend is er het houten boten festival, en er lopen al enkele Colin Archers binnen en van die hele smalle, hooggetuigde scherenzeilers. Ook ligt er een hele rij prachtig gelakte roeiboten in de haven.

Bij de touristen, waar we eigenlijk standaard binnenstappen om te kijken wat er te doen of zien is, eindelijk een gemarkeerde kustwandelroute gevonden (blauwe strepen op de rotsen). Maar voordat we op pad gaan hebben we nog een klusje te klaren, want ‘smorgens horen we aan het telkens maar opstarten van de acculader dat deze kennelijk moeite heeft de accu’s vol te krijgen, ligt het toch aan de accu’s? We lopen naar de scheepswinkel om raad en we varen vervolgens de boot ook daar naartoe, aan de overkant van de haven. Tijdens onze wandeling worden twee nieuwe 110 Ah/12V accu’s geplaatst en ‘savonds past Aad de behuizing nog even aan. Probleem hopelijk opgelost.

In Noorwegen zijn hike’s blijkbaar altijd rotspaadjes, dus wat mij betreft gaat dat niet snel, nog niet de helft gelopen, eerder afgeslagen, maar fantastische route met zicht op de scherenkust en de zee. O ja, we komen ook nog langs een viswinkel waar Aad zijn vragen over het vissen met een werphengel voorlegt. Zodra de mevrouw door heeft wat Aad ’s probleem is, n.l. dat hij NIETS van vissen weet, begint ze met een complete les over de hengel, het molentje en welke blinkers voor welke vis. Super, nu oefenen! Wij zagen vorige week op de ankerplek overigens geen zalm maar een school makreel, weten we nu.

In Engeland bezochten we altijd graag de sailingclubs, je wordt er altijd hartelijk ontvangen. Nu zijn we een Seilforeing op het spoor, dus daar willen we heen. En inderdaad ook hier worden we hartelijk ontvangen. Op eiland Finnoya vinden we het kleine haventje, met een verenigingsgebouw/ logeerhuis, groot speelveld, gerund door vrijwilligers. Doet ons aan Nivonhuizen denken. We leggen aan tussen mooring (voorpunt) en drijvende steiger (achter), dus dwars op de steiger. Wij zijn dat niet zo gewend, maar hier zie je dat heel veel. We lopen de wandeling die er is uitgezet met rode strepen op de rotsen; heel grappig, de paadjes lopen veel over de rug van een langerekte afgeronde rots en die lange rotsen liggen evenwijdig aan elkaar. Van de havenmeester krijgen we een groot bord met gebakken makreel / aardappel met zure room en komkommersla aangereikt: taste of risor Makreel! Ik staak onmiddelijk mijn kookactie, leg de mais erbij die ik net gebakken heb en de rest kunnen we bewaren voor morgen. Heerlijk, die makreel. Ze waren even wat verder naar buiten gevaren en hadden binnen een uur wel 40 makrelen gevangen.

Deze avond kruist de Koningsdam onze route met Ymkje, Anke, Ymke en Marinus aan boord. We zwaaien vanachter de scheren naar ze!

Nog twee stops voor de boeg in Noorwegen: Jomfruland en Stavern, dan willen we oversteken naar de Kostereilanden in Zweden.
Onderweg naar Jomfruland bekijken we nog een ander ankerplekje met niet meer dan 6 meter smalle toegang tussen de rotsen door: ja daar hadden we ook leuk kunnen liggen, maar we gaan door. Jomfruland is een merkwaardige eend in de bijt. Het lijkt wel een laag nederlands waddeneiland met koeien en paarden in de wei (aan de binnenkant, vergelijk wadkant). En verder : geen grillige rotsen, maar ronde stenen! Het is ontstaan aan het einde van de ijstijd, een vooruitgeschoven hoop stenen, simpel gezegd. Geologisch gezien een bijzonderheid, maar verder niet zo boeiend, en maakt een rommelige indruk. Maar Aad vindt het alwéér het mooiste plekje van de reis; waarop ik hem eraan herinner dat hij dat in vorige plaatsjes ook al zei. Jaren 50/70 sfeertje, vrijwel autovrij. Er loopt één gravelweg noord-zuid tussen eikenbos en weilanden, met telkens boerenhekken. Mooi gewandeld en Aad ook ‘lekker gelopen’. Weer geen tijd voor vissen, want we willen de weer- en windgoden niet tarten maar wel gebruiken.
Dan de laatste trip in Noorwegen, naar Stavern, ons noordelijkste vaarpunt.
We vertrekken zonder wind, maar op driekwart toch ineens nog 10 knopen, waar we goed op kunnen zeilen. Wat is Noorwegen toch mooi om langs te varen, dat hoge land, met daarvoor die grillige scheren.

[Grimstad - Alvekillen 15 nM, Alvekillen - Tvedestrand 14 nM, Tvedestrand - Risør 19 nM, Risør - Finnoya 2 Nm, Finnoya Jumfraland 15 nM, Jumfraland - Stavern 19 nM, ]

20 juli – 26 juli Mandal – Grimstad

We gaan nu vanuit Mandal in noord-oostelijke richting langs de Noorse kust, het is een soort vakantie houden, want we varen maar kleine afstanden.(nouja, vakantie houden, regelmatig hard werken om route’s en ankerplaatsen uit te zoeken).

Er is bijna geen wind, niet tussen de scheren en niet op zee. Tussen al die eilandjes en rotsen (onder en boven water) vinden we het ook wel rustig om op de motor te varen, je kunt makkelijker remmen en achteruit als het moet; we hebben onze handen vol de tekens te zien en te begrijpen. Aad heeft de route op de kaart èn in de plotter gezet en dat laatste helpt ons goed. Zo varen we tussen bakens, boeien, palen, vuurtorens en “handjes” (stokken met een groen of rood handje erop, dat wijst aan welke kant je moet passeren) door. Er is veel te zien. Al die eilanden. Grote zijn met bos begroeid, kleine en die meer bij open zee zijn kaal. We proberen het op foto’s vast te leggen, maar varend valt dat niet mee.

De Noren hebben duidelijk vakantie: het grootste deel vaart met enorme motorboten, een klein deel vaart met zeilboten, die toch vaak minstens 40 ft zijn en een aantal Noren hebben (gelukkig)nog mooie lange, smalle houten, hoog getuigde zeilboten; een lust voor het oog. Op de wal zien we vele houten, ossenrood - maar ook geel en grijs - gekleurde vakantiehuisjes tegen de hellingen aan gebouwd, allemaal met steigertjes en botenhuisjes aan het water. (Wat een super-Reeuwijk). Het is werkelijk een paradijs hier, ondanks de vakantiedrukte; vooral Noren, slechts af en toe een Nederlander, een Deen of een Zweed.

Na de eerste dag door de scheren belanden we in Høllen in een haven die later niet de gastenhaven blijkt te zijn, maar we liggen er goed, met zicht op de baai; geen havenmeester te vinden, dus gratis. Daarna gaan we naar Kristiansand, op aanraden van een Noor in Mandal, die ons zijn mooie plekjes wees. Toen Aad vertelde dat we die stad over willen slaan, was hij verbaasd: ‘nee daar moesten we toch wel heen!’ Dus zo gedaan. Om 13 uur was de haven al overvol, maar omdat twee boten nog gingen vertrekken, kunnen we toch eerste rang aan de steiger, pal tegenover het fort liggen. En daar is ook alles mee gezegd. De haven is duur, wifi werkt niet en de stad… die vinden we nou niet echt indrukwekkend.

Reden deste meer om heel goed op de kaart en in de havengids te zoeken naar een mooie ankerbaai voor de volgende dag. Het is maar 8 mijl verder, het varen tussen de scheren gaat ons al gemakkelijker af en dan komen we in de iets van de hoofd-route afgelegen Kvarensfjorden aan. Er ligt al een Zweed, maar er is nog ruimte voor één erbij. Gelukkig!
We kijken uit op een beboste heuvel met een paar vakantie huizen, verder rondom alleen natuur, prachtig. Bijboot opgeblazen en een verkenningsrondje gemaakt. ‘s-Avonds horen we ineens geborrel en geruis in het water. Zalmforellen, denken we, dansen spartelend aan de oppervlakte. De familie in het vakantiehuis aan de overkant is ook in rep en roer en gaat snel met een bootje naar de plek om de vis te vangen. Dat smaakt naar meer! Frustrerend voor Aad is dat hij er niet achte kan komen hoe de boothengel werkt..;dat maar eens later aan een Noor vragen.

We zwemmen ‘smorgens ipv douchen, en maken een wandeling over een stille weg door het bos; de aangekondigde gemarkeerde hike’s zijn niet te vinden. De tweede nacht liggen we alleen in de baai. We slapen goed, geen zorgen om het anker. We liggen immers erg beschut en het is rustig, prachtig zomers weer.

Na een prachtige tocht over de Blind Leia, een binnendoor vaarroute (tussen vaste land en scheren), die soms zo smal is dat je elkaar niet kunt passeren, laten we vlak voor Lillesand het anker weer vallen in de Gitkilholmen. Hé, daar ligt de Santiago ook weer, een nederlandse Feeling die we al eerder zagen; leuk om ervaringen mee uit te wisselen. In deze baai liggen wel iets meer schepen, maar je ligt er toch vrij en buiten! Ook hier met het bijbootje naar de kant en een wandeling gemaakt naar Brekkestø; schilderachtig kunstenaarsgehucht, met witte huizen op de laatste rotsen voor je echt op zee komt. Het was vroeger een veilige (vlucht)haven; s-winters lagen er wel 60 grote schepen te wachten tot het voorjaar, hebben we horen vertellen. Nu is het -helaas- een erg toeristische attractie geworden, waar vele motorbootjes diesel komen tanken.

De derde dag achter elkaar op anker is, ondanks het stukje motoren tussendoor, voor de accu’s te veel. Het kleine zonnepaneel dat we dit jaar erbij hebben kan dit niet opvangen. Koelkast maar uit. Even denken we dat de accu’s misschien oud zijn en vervangen moeten worden, en bellen en appen met onze monteur in NL, maar als je bekijkt wat het koelkastje alleen al verbruikt, dan is 2 nachten ‘buiten’ toch wel de max, zeker met warm weer.

Lillesand en Grimstad blijken vervolgens allebei leuke, mooie kleine stadjes te zijn. Echt de moeite waard om te bezoeken. Grimstad iets groter en allebei schilderachtig aan een baai. Op weg naar Grimstad is de route iets meer naar buiten gelegen op ruimer water, daar kunnen we een heel stuk op het voorzeil varen. Dat is wel het mooiste, op je voorzeil tussen de scheren door glijden!

NB: Noorwegen is een duur land. Zeven manieren om het toch betaalbaar te houden:

  1. In een haven liggen zonder havenmeester
  2. Uit eten aan boord
  3. Geen ijsjes kopen
  4. Ankeren
  5. Geen douchemunten kopen van 40 NOK = 4€ , maar daarvan ergens koffie gaan drinken
  6. Toch maar koffie aan boord maken
  7. Bier en wijn uit de bilge.

[ Mandal - Høllen 16 nM, Høllen - Kristiansand 11 nM, Kristiansand - Kvarensfjorden 8 NM, Kvarensfjorden - Gitkilholmen(baai) 12 nM, Gitkilholmen - Lillesand 3 nM, Lillesand - Grimstad 11 nM; een geweldige score van 61 nM!]

13 – 19 juli Mandal - Bergen – Mandal

(met een beetje vertraging door de slechte wifi in eerdere haven; we varen al weer en houden heerlijk vakantie tussen de scheren = ontelbaar veel eilandjes en rotsen onder/boven water= , weinig wind, en mooie ankerplaatsjes, maar daarover later meer)

Een week over land reizen, is het geworden, per auto. Zo kunnen we toch de westkust tot Bergen zien en veel meer. Te beginnen met een bezoek aan de vuurtoren van Lindesnes: je kunt erin en er staat nog een oud vuurbaken. In de gebouwen er omheen is de geschiedennis van de vuurtoren toegelicht. De ‘zuidkaap’ van Noorwegen noemen ze het (t/o Noordkaap). Op de behoorlijk ruige zee, zien we twee zeilschepen voorbij gaan. Eén op de fok met wind mee, de ander behoorlijk hakkend tegen de golven en wind in. Kijk, daarom gaan we nu over land.

We logeren de eerste nacht bij Marja en Gerrit aan boord, die op hun terugweg nu in Egersund liggen. Een gezellige avond, veel bijpraten, dat is wel heel vertrouwd, hoeveel mijlen hebben we wel niet bij hen aan boord meegevaren? Verder vinden we onderdak in air-b&b’s en camping-‘hytter’; hele vriendelijke mensen, gastvrij en behulpzaam, leuke ervaringen! Tussen Stavanger en Bergen gaat de tocht over eilanden en veerponten, vanwaar af we steeds goed de fjorden in kunnen kijken. Stavanger is een leuke, kleine havenstad. Het oude centrum met witte houten huizen. Wandelend door de stad, zien we ineens huizenhoog uitstekend, het cruiseschip (Musica) weer, dat ons pad al eerder kruiste. Er liggen drie van die dikke cruiseschepen, waarmee de hele haven gevuld is. In Bergen - met iets meer stedelijke uitraling, maar nog steeds de sfeer van een klein plaatsje - proberen we, behalve een wandeling door de stad met mooi weer, ook een wandeling op de Ulrikenberg te maken; met de kabelbaan omhoog, haast tegen beter weten in, want het regent en inderdaad … boven zit je midden in de wolken, en ziet eigenlijk niets. Nog geen 100 meter over het wandelpad, dat meteen al moeilijk te vinden is, maakt duidelijk dat dit vandaag geen doen is. We kennen de route niet, je ziet niet waar je heen kunt (net als in de mist varen of in de woestijn lopen, je hebt geen orientatie); er is weinig markering, we hebben geen gps en kompas bij ons en het wordt steeds glibberiger. Jammer, wandeldag verloren. Maar we maken van de nood een deugddag. In de regen op de waranda van onze airb&b - met uitzicht over Bergen - : boekje lezen, trip voorbereiden en op het kooktoestel, dat om veiligheidsredenen buiten staat, ons eten klaar maken. Ook de volgende dag blijft het regenen, maar met de gemotoriseerde regenjas, is het toch mooi toeren langs de Hardangerfjord. Overal waar je kijkt zie je watervallen van de berg af komen, de ene nog mooier en groter dan de andere. Ongelofelijk, je snapt niet waar al dat water vandaan komt. In het scheepsmuseum van Nordheimsund zien we een mooie foto- tentoonstelling onder de titel ”toen het water nog onze weg was”. Foto’s van meer dan 100 jaar geleden over het leven aan de Hardangerfjord, gemaakt met een 3D fotocamera, met twee glasplaten per opname. Indrukwekkend mooi! In het Hardangerfolkmuseum in Utne (dat overigens een beetje tegen valt) zien we een prachtige verzameling Hardanger vela’s (violen) met versierde klankkasten, dubbele snaren: vier om op te strijken met kromme strijkstokken en vier resonanssnaren. En dan overal die sneeuw op te toppen, die aan het eind van de dag als het opklaart steeds beter te zien is, …en de Follefonna gletscher, waar we tot aan de voet lopen, in juli!

Met al dat geweld van water moet je wat in dit land. In de waterkracht centrale van Tyssedal aan de Sørfjord zien we hoe dat begin 1900 ging, een waterkrachtcentrale-fabriek bouwen. Vergelijkbaar met het bouwen van de Golden Gate bridge in San francisco. Knap werk, zwaar werk, groot verschil tussen de (rijke) opdrachtgevers/ managers/ontwerpers en (arme) mannen die het zware, gevaarlijke werk deden en hun gezinnen.

Op de enige echt zonnige dag deze week rijden we zeg maar langs de rand van de Hardangervidda over de hoogvlakte. Letterlijk en figuurlijk een hoogtepunt. Wat mooi die wijdsheid, die schaarse begroeiing, maar met veel bloemen, de talloze meertjes en de sneeuw. We staan er nu tussen!

Tenslotte terug door het Setesdal, dat na al het voorgaande iets minder spectaculair is. Noorwegen is een wandelland, moeten we concluderen, je zou er weken kunnen blijven, maar zo hebben we het nu niet gepland, wij gaan weer verder zeilen. Deze week over land is een geweldige aanvulling op onze zeilreis!

[ Mandal - Egersund - Stavanger – Bergen – Lofthus(Hardangerfjord) – Hovden(Setesdal) – Mandal ]

6 - 12 juli Nordby - Mandal

Inderdaad, vrijdag (8/7) kunnen we verder. Verschillende mensen van de zeilclub in Nordby denken mee, alleen denken ze niet allemaal hetzelfde. De havenmeesster zegt: twee uur na hoog water vertrekken; wij denken, laten we iets eerder gaan dan hebben we geen wind tegen tij, een ander raadt aan zeker twee uur voor HW te vertrekken omdat op zee de stroom dan al naar het noorden loopt. DMI internet weerkaartjes bevestigen dat. En zo vertrekken we uiteindelijk vroeg in de ochtend, eerst met wat tij tegen, om bij het Horns rif de stroom lekker mee te krijgen. De tocht verloopt voorspoedig, maar de wind valt halverwege weg, dus dat betekent helaas motorsailen; het laatste stuk komt de wind weer terug, mét regen! Het binnenvaren van HvideSande (wit zand / white sand) valt reuze mee ondanks dat het al weer stevig waait. Het is een werkhaven, met twee steigertjes voor zeilers; maar goed, we liggen er beschermd. De havenmeester is nergens te vinden. En in het dorp is ook niet veel. We gaan de volgende morgen maar door. Wéér heel vroeg omdezelfde reden: eerst met tij en wind tegen door de branding om daarna het tij ( ook al is het niet veel) mee te hebben. Met stevige wind en deining van de westenwind de haven uit, en in één streep naar Thyboron. Wind west tot zuidwest 4 a 5 bft.

In Thyboron komen we op een mooie plek te liggen, vlakbij het havenkantoor met de boeg tegen de steiger en achter twee hele lange lijnen aan palen; is even lastig/wennen, want we zijn verwend met altijd drijvende steigers. Nu moeten we opletten of de lijnen wel lang genoeg zijn voor laag water. Een klein wandelingetje s'avonds maakt duidelijk dat er in Thyboron niets te beleven is. Behalve een indrukwekkend monument voor schepen en duizenden (!) mannen die in de eerste wereldoorlog voor de rede van Thyboron gezonken/omgekomen zijn: voor elk schip een grote vertikaal opgestelde steen met daarnaast mensfiguren, en dat in de duinen

Het is zaterdagavond en we worden verrast door een bandje in het cafe precies naast de steiger waar wij liggen. Maar slapen doen we toch wel na zo' n pittige zeiltocht

Op de weerberichten hadden we eerder gezien dat we pas dinsdag zouden kunnen oversteken naar Noorwegen, maar bij het opstaan zondagochtend is dat beeld ineens veranderd. Maandagmiddag gaat het bij Mandal hard waaien, dat zouden we vóór moeten zijn. Dus: vanavond vertrekken en de nacht doorzeilen. Snel nog boodschappen doen, een was draaien en eten klaarmaken voor s'avonds en de nacht.

De wind is de hele tocht precies zoals voorspeld, een relaxte 3 tot 4 bft uit West tot Zuidwest en het grootste deel ook nog 1 knoop stroom mee. De voorspelde regen komt alleen in de vorm van motregen. We hebben om de beurt gestuurd en een beetje geslapen. Eerst vind ik het wel een beetje eng in mijn eentje, in de schemering, met al die schepen om ons heen (op weg naar Hanstholm). Maar al snel blijkt het allemaal vanzelf goed te gaan, zowel op AIS als met eigen ogen is dat goed te zien. In mijn tweede wacht, als het al donker is, krijg ik gezelschap van een licht dat beweegt: wat zou dat zijn, komt het naar me toe af juist niet, ik zie geen groen of rood. Uiteindelijk blijkt het een visser te zijn die als maar heen en weer vaart. Eigenlijk dus goed gezelschap!

Het is een prachtige tocht. In de morgen valt de wind een beetje weg. Voor de kust van Noorwegen kruisen we de MSC Musica, een giga cruiseschip: 300 mtr lang, 32 breed met 13 dekken. Hij geeft ons netjes de voorrang, die hij ons als zeilend scheepje van 10 mtr hoort te geven en gaat achter ons langs. Dat geeft toch een bijzonder gevoel!

Binnen de geplande tijd en voor ons voor het eerst zo tussen de rotsen door varend, komen we om 10.15 aan in Mandal. Noorwegen is echt anders. Bergen rondom. Hier hebben we pas het gevoel in het buitenland te zijn aangekomen, in het ' beloofde -vakantie-land'.

We hopen Marja en Gerrit op de Low Land Lady nog te ontmoeten op hun terugreis. Zij zijn nu in Stavanger, maar wij twijfelen of we wel die kant op moeten gaan; de komende tijd blijft het instabiel weer, met harde westen wind en flinke deining. Is dit het moment voor een korte break met gehuurde auto over land? We gaan het uitzoeken

[Nordby - Hvide Sande 53 nM, Hvide Sande - Thyboron 49 nM, Thyboron - Mandal 83 nM ]

i29 juni - 5juli Sylt - Rømø - Fanø

29 juni - 5juli Sylt - Rømø - Fanø


Drie waddeneilanden.

We zijn bij het Sylttief naar binnen gegaan, omdat de weersvoorspelling niet zo goed is voor de komende dagen. Het volgende eiland is dan ook met slechter weer over het wad te bereiken, dus twee in een klap.
Het is me een haventje, List! Aan de wal niets van een aardig dorp te bekennen, alles lijkt op vakantieverblijven; aan de haven peperdure restaurantjes en een plein met winkels (vooral kleding, geen levensmiddelen). De havenmeester is er niet, geen open internet te bekennen; en bij een van de cafés die een sterke wifi lijkt te hebben, maken we de fout eerst koffie te bestellen en daarna naar de wificode te vragen: die is privé…..Dat internet hebben we niet alleen voor weersvoorspellingen nodig, maar ook voor een probleem met de plotter, want Aad ontdekte dat de plotterkaart niet meer alle gegevens, tonnen, bakens, etc, toont. En dat als je inzoomt van alles verdwijnt. Dat kan niet goed zijn.

s-Nachts worden we verrast met harde wind en flinke deining ín de haven. Alle boten dansen op het water. Masten naar links en rechts. Om ’s-Morgens vijf 5 uur staan we in de regen extra lijnen uit te leggen, en de volgende ochtend voegen we daar nog de rekveren aan toe die de schokken beter opvangen.

Het waait flink, maar een fietstochtje is best te doen. De duinen op de kop van Sylt zijn heel mooi, hoog en groen begroeid, met af en toe een kale zandduin ertussen. Langs de jeugdherberg trouwens, waar we internet vinden om het vorige verhaal weg te sturen en een paar hulpvragen over de plotter aan Navionics. Helaas heeft de enige vergelijkbare/aanwezige zeezeiler in de haven een ander systeem, waardoor we met zijn plotter geen test kunnen doen.

De derde dag besluiten we maar naar Havneby te gaan, volgens de almanac een haven met meer voorzieningen: ons geluk daar beproeven. Een tochtje van 7 nM , waar we zeilend tegen de stroom in meer dan twee uur over doen; we hebben de tijd.

De ontvangst in Havneby op Rømø is totaal anders. Grote ruime haven, bedrijven op de wal (vis- en windparken-gerelateerd), een havenmeester die na een telefoontje binnen 10 minuten komt aanfietsen, ons hartelijk welkom heet in zijn club (die overigens wel aan ‘t uitsterven is, bijna alleen bejaarde leden) en die meteen voor ons de nederlandse vlag hijst!! Internet is er bij hotel KRO en de was kunnen we bij hotel RIM doen, dat is nog eens service! Meteen maar naar KRO, waar we van harte welkom zijn in het internet-hoekje. Aad update de zeekaart , terwijl we ook maar wat blijven eten daar, en met succes, de plotter laat ’s-avonds weer alles zien. Pff.. probleem opgelost! Wat zijn Denen aardige vriendelijke relaxte mensen, zonder poeha.

Ook op Rømø fietsen we, op geleende van de zeilclub en toen één ervan de eerste dag een lekke band kreeg, stond er de volgende dag een andere voor ons klaar. Het hele eiland rond: niet zo hoge, wel ruige duinen met bos. En heel veel vakantiehuisjes, vooral mooie boshuisjes.

Nu het weer: het blijft maar instabiel weer, vele lage drukgebieden met buienfronten en wind, waarna weer een dag iets rustiger met zon. Hoe en wanneer komen we hier het beste weer weg? Bij de KRO kwamen we al een Nederlander tegen die voor een boorplatform werkt en ons liet zien met welke weersite ze daar werken. Een professionele weersite waar we nu ook gebruik van kunnen maken! Bovendien liggen er verschillende tenders in de haven (zij brengen onderhoudspersoneel naar de windmolens op zee). Die boten wachten ook op beter weer en geven ons graag een uitdraai van de voorspellingen.

En zo komen we voor de keuze maandag verder varen met misschien een beetje veel wind om het zeegat mee uit te varen of dinsdag met weinig wind en veel regen. Het wordt dus maandag. Half vijf varen we uit. Dolfijn voor de haven! En inderdaad met wind tegen tij is het wel wat heftig, maar de boot doet het prima; eenmaal buiten kunnen we ruimer varen en schieten we lekker op. Van verre zien we de industrie van Esbjerg liggen en met half tij varen we de haven van Nordby binnen. Zeehonden op het wad! Zwaard half op, zwaard nog verder op… er staat niet veel water 1.10m ? Eenmaal aan de steiger vertelt de havenmeester dat deze haven met eb vrijwel geheel droog valt (hè, in de Reeds staat 1.80 diep?). Sinds een paar jaar mogen ze hier niet meer uitbaggeren, vandaar. We liggen op een mooie vlakke bodem, dus niets aan de hand.
Nordby is het eerste mooie dorp dat we tegen komen, boerderij-achtige huizen, rietgedekt, een een bloemenpracht van vele rozen, stokrozen en hortensia’s voor de mooi geschilderde deuren. Ook Sønderho in het zuiden is zo’n mooi dorp. De huizen staan allemaal in het verlengde van elkaar, west-oost gericht, net Marken of Staphorst. Op dit laatste waddeneiland wederom een mooie fietstocht gemaakt. En een regendag in Esbjerg; geen mooie stad. Straks in Noorwegen zal van fietsen weinig terecht komen.

We hebben nog drie zeilbare dagen nodig om in Noorwegen aan te komen, maar wanneer die dagen er zullen zijn….tja dat is nog even de vraag. Misschien dat we vrijdag de 8e verder kunnen.

[List op Sylt – Havneby op 7 nM en Havneby – Nordby op Fanø 41 nM : 3e week slechts 48 nM opgeschoten, maar met een gepland gemiddelde van 125 nM per week, zitten we wel op schema.wk1 206 + wk2 169 + wk3 48 = 424 nM(: 3 = 141) ]

22 – 28 juni Terschelling - List auf Sylt

22 – 28 juni Terschelling - List auf Sylt

De havenmeester van Terschelling maakte ons enthousiast (en hielp ons over wat ‘koudwatervrees’) om over het wad via Ameland naar zee te varen, want.. dat is veel korter! Zeven uur vertrekken we om op het juiste moment bij het wantij te zijn, hetgeen we heel makkelijk halen. Zwaard half omhoog en niets kan ons gebeuren. De route is goed aangegeven met tonnen en prikken en zo spoelen we eenvoudig aan de andere kant van Terschelling met afgaand water naar zee, waar we koers zetten naar Norderney of nachtje-doorvaren naar Helgoland. Maar onderweg horen we dat er ‘s-avonds zwaar onweer verwacht wordt met vlagen van 40 knopen(= windkracht9). Norderney halen we niet, dus besluiten we naar Borkum te gaan, ookal betekent dat vele mijlen extra varen omdat Borkum zover naar binnen ligt.
De eerste nacht liggen we op een plek waar we eigenlijk niet mogen, en ja hoor de volgende morgen worden we weggestuurd (onder dreiging van melding aan de politie en boetes). Met vijf boten (allemaal uitgeweken voor het onweer; dat schept een band) varen we naar de aangewezen plek, maar daar mogen we ook niet liggen, dus weer verleggen! Uiteindelijk liggen we best goed. En Borkum valt ons helemaal niet tegen; Aad heeft er hard gelopen, we hebben er heerlijk gefietst, er zijn mooie duinen, beetje weilanden, veel bloemen (kamperfoelie), een aardig badplaatsje.
De zeurderige stem van de meneer van de Wetterdienst heeft het steeds over Gewitter met 40 knopen wind. Ik hou niet zo van de duitse taal, maar hier wordt je bijna depri van).
Maar wij hebben geen onweer gehad en op buienradar kunnen we zien dat het langs ons trekt.
Dus zeilen we 24 juni verder – over het wad! – naar Norderney. Twee wantijen op één hoogwater. En ruim 10 nM korter dan buitenom. Scharrelen over het wad noemen ze dat. Leuk. Soms een zeil laten zakken omdat je te hard vaart en te vroeg bij het ondiepste punt zal zijn, dan weer alle zeilen bijzetten (en de fok uitgeboomd) om het volgende wantij ook te kunnen halen.
Op Norderney blijven we weer twee nachten liggen. De eerste op een plek vlak bij de wal, waar het water niet tot 1 mtr zakt, zoals de havenmeester zei, maar tot ónder de 65 cm = onze diepgang met opgehaald zwaard; we liggen rondom laagwater dus vast! Niet zo leuk, want we zien ook stenen en we liggen scheef Volgende ochtend maar een andere plaats gevraagd en daarna weer gefietst, zij het in de motregen. We lunchen in een schuilhut, bijna zonder te praten want boven ons hoofd is een zwaluwnest, waar -als we stil zijn - een zwaluw af en aan vliegt. Norderney bestaat alleen uit duinen en dan nog een vrij lelijke badplaats, waar dit weekend de vakantgiegangers binnen stromen.
Volgens de havenmeester waarschuwt de Wetterdienst al gauw voor onweer, maar is die depressie nu wel voorbij. Op onze windguru, windfinder en Seewetter internet-informatiebronnen zien we zelf ook dat het weer gunstig is voor de tocht naar Helgoland.
Met ZW 4 bft, één rif, vertrekken we in het laatste uur afgaand water, om op zee zo snel mogelijk stroom mee te hebben. Bij de drempel boven Norderney doen we voor de zekerheid het zwaard een stukje omhoog. Op zee zetten we al snel de bulletalie erbij, om het zwaaien van de giek - door de golven - tegen te gaan. Ook de boom voor de fok is vandaag weer van nut geweest: melkmeisje. Het is een mooie dag met onderweg slechts één zware regenbui, met windstilte ! Bij kardinaal Jade 2a , het punt waar scheepvaartroutes kruisen, gaan wij oversteken naar het noorden. We zien in de verte veel schepen, maar er blijkt er maar één te varen, de rest ligt voor anker, dus dat valt alles mee.
Van verre kunnen we Helgoland al zien, het is een hoge rots, waar we de volgende dag een wandeling over maken, om de rode rotsen met daarop vele vogels te zien: het zijn Jan van Genten, en diverse andere zeevogels, die daar genieten van de termiek van de wind langs de rotsen, en na prachtige zweefpartijen neerstrijken op of tegen de bijna vertikale rotswand.
De haven van Helgoland is ruim, bijna geen voorzieningen, veel zeilers èn “de Oosterschelde’’ de “Zephyr” en de “MK 86”, mooie klassieke nederlandse platbodems. Er wonen op het eiland ca 1500 mensen, geheel gericht op het bestaan van de taxfree verkoop van alles wat je ook op een luchthaven in de taxfree shops ziet liggen. Vreemde sfeer, maar toch wel aardig plaatsje. Wij tanken er erg goedkope diesel.
Op maandag staat er teveel wind, maar dinsdag lijkt een weergaatje te bieden voor de lange tocht naar Sylt. We vertrekken in alle vroegte (5.00 uur) om nog zoveel mogelijk wind te hebben, want in de middag zal die wegvallen. Het wordt een mooie zeildag, met aanvankelijk wat knobbelige zee, ruime wind (tegen 4 bft) en later als de wind mindert en ruimt een stuk voor de wind. Ca 60 mijl koers 12°. Toch schieten we goed op en komen we eerder bij de aanloop naar List dan verwacht. De zee is rustig genoeg geworden om de korte route vlak langs de kop van het eiland te nemen, wel tussen de brekers op banken door. We belanden in een piepklein haventje, naar later blijkt, op één van de twee gastenplaatsen aan een steiger!

[ Terschelling – Borkum 74 nM, Borkum – Norderney 21 nM, Norderney – Helgoland 46 nM, Helgoland – List 65 nM; 2e week 206 nM]

15 – 21 juni Burghsluis - Terschelling

Hallo allemaal, hier komt ons reisverslag. Ik maak voor het eerst een reisblog en ben benieuwd hoe het bevalt. Hopelijk lukt het regelmatig een verhaaltje en af en toe ook wat foto’s te plaatsen.

Omdat we in het voorjaar nog bijna niet gevaren hebben, is het eerst nog wat onwennig, en het kost even tijd om alles weer op z’n eigen vaste plek te krijgen. Maar we vertrekken 15 juni s-morgens 8.20 uur met een lekker windje 3 bft, op naar Roompotsluis en de Noordzee.
De zee is onrustig van de vorige dag, de wind nauwelijks genoeg. Bij de maasvlakte gaat de motor er bij, de wind neemt af. Op zo’n oversteek over de Maasmond maak je altijd wat mee; dit keer de Maascontrol die ons vraagt een groot schip voor te laten gaan, waarop de kapitein van het schip meteen laat weten, dat dat niet hoeft, hij kan best achter ons langs. Fijn toch die AIS waarop wij alles goed zien aankomen (en anderen ons!), en de marifoon om te kunnen overleggen. We varen door tot Scheveningen, waar we rond 8 uur aankomen .
De volgende dag vaart Ido als opstapper mee. Met mooi zonnig weer, ZW 3 en stroom mee zeilen we naar IJmuiden. Het gaat niet echt hard, maar we hebben de tijd. Er is te weinig wind om Den Helder te kunnen bereiken, dus de bestemming wordt Amsterdam. Omdat de Velsertunnel wordt gerestaureerd, wordt de jachtensluis in IJmuiden rond de spits niet bediend, hetgeen betekent dat we een uur moeten wachten. We gebruiken de tijd om snel te eten; om zeven uur door de sluis en dan nog twee uur varen naar Amsterdam. Er hangt al een hele poos een zwarte lucht ten zuiden van het Noordzeekanaal, pas in Amsterdam krijgen wij een klein beetje regen. En de stad is prachtig met het Eye, het station, en de vernieuwde ADAM-toren aan het IJ. Vanuit de Sixhaven prachtig zicht daarop. Met pontje overgestoken en Ido na een afwisselende en gezellige dag naar de trein gebracht.
Intussen hebben we een paar probleempjes op ons lijstje: er staat al een paar keer zout water in de bilge, maar we begrijpen nog niet waar het vandaan komt en de plotter en stuurautomaat instellingen kloppen nog niet. Voor we het tij-loze water afgaan moeten we kalibreren.
We blijven een zonnig dagje in Amsterdam. Kopen op de valreep nog een e-reader en gaan Mathilde en Gwen in Diemen feliciteren met hun behaalde eindexamendiploma’s.
De tocht over het IJsselmeer begint met fraai zeilweer, maar na Enkhuizen draait de wind naar NW (zoals voorspeld) en wordt zelfs 5 à 6 Beaufort (niet voorspeld); het wordt dus een pittig zeiltochtje, we moeten nog twee slagen maken voor we Makkum bereiken. Onderweg, op één oor zeilend, zien we weer water klotsen in de boot, het is niet echt veel en het komt uit een dieper punt dan waar de bilgepomp werkt, lijkt het.
Na alle slangen en afsluiters voor en na het varen op watersporen te hebben gecontroleerd moet de conclusie zijn dat het oud lekwater is ( van reparaties in het voorjaar). We dweilen en pompen het zo goed mogelijk weg. Rest nog de instellingen en kalibratie die we bij de Lorentzsluizen prachtig kunnen doen op bijna rimpelloos water. Op weg naar Harlingen zien we twee zeehonden lekker liggen zonnen op de drooggevallen plaat.
Dan volgt een verwaaidag met bakken water uit de hemel en veel wind, maar in de Noorderhaven van Harlingen liggen we goed beschut. Doen wat boodschapjes en zien Wiesje en (neef) Gert Jan.
Vandaag , dinsdag 21 /6, naar Terschelling, prachtige tocht met tij mee, zon en veel tijd om rond te kijken. En nu zien of en hoe we de tocht over zee richting Helgoland kunnen beginnen.

[Burghsluis – Scheveningen 58 nM, Scheveningen – Amsterdam 30 nM, Amsterdam Makkum 50 nM,
Makkum- Harlingen 12 nM, Harlingen terschelling 19 nM. 1e week 169 nM.]


Voor de Maasvlakte een zeehond gezien!